What’s up my Nica?

Tadaaaa! Land 2! Hello Nicaragua!

Met Marlon door Managua

We worden door een contact van de papa van Camille opgewacht aan de luchthaven! Marlon is een van de meest vriendelijke en gastvrije mensen die ik al heb ontmoet. Managua (de hoofdstad) wordt weinig mensen aangeraden om te bezoeken / te overnachten. Door het ontbreken van een echt “centrum” alsook straatnamen vermijden toeristen het vaak en reizen ze spoedig door naar andere steden. Hij stelt dan ook voor om er ons snel even door te gidsen met de auto. Handig! In een mum van tijd krijgen we dus uitleg (jaja, allemaal in het Spaans!) over de geschiedenis, over de belangrijkste gebouwen, vulkanen, infrastructuur… Marlon helpt ons ook om een lokaal sim-kaartje te kopen, handig om wat in contact te blijven met de familie & vrienden!

Van mond aan mond in Granada

Nadien zetten we onze reis door naar Granada, een dorp/stadje 45km naar het zuiden toe, net aan de Lago de Nicaragua. De Lago de Nicaragua is een GIGANTISCH meer, dat het land zowat in 2 splitst. Als je eromheen wil rijden, ben je goed voor 8000 km! Ergens in het midden van het meer bevindt zich Isla Ometepe, een eiland dat gevormd is door 2 vulkanen (de Concepción en de Maderas). Jep, staat meteen op onze to-do list! Onderweg van Managua naar Nicaragua rijden we de Masaya Vulkaan voorbij. Het is al donker, maar je ziet er heel duidelijk een oranje gloed boven hangen (vet!).

Aangekomen in Granada is het blijkbaar feest van de poëzie, wat maakt dat het enorm druk is. Gevolg: We vinden geen hostel. Na een half uur rond te rijden met Marlon beslissen we dan maar om even een hotel op te zoeken, en ons een nachtje daar te vestigen. De volgende ochtend zoeken we een hostel op en botsen meteen op De Boca En Boca (vertaling: van mond aan mond), een super gezellige hostel in het centrum, vol hangmatten, chille muziek, een keukentje, en ja ze hebben nog een kamer vrij! Hoera! Als kers op de taart verblijven er 6 puppies van net 1 week oud. Ja, verkocht!

Onze eerste 2 dagen vullen we snel door gewoon even lekker niets te doen. We zijn constant op stap en het is soms leuk om eens even een boek erbij te pakken en die hangmat te gebruiken waarvoor die bestemd is. We gaan naar de lokale markt, kopen lekker wat groentjes (ondermeer avocado, wat we erg misten in Cuba) en maken nog eens tijd om lekker gezond te koken. Even geen chicken, beans and rice! Daarnaast maken we kennis met een Frans koppel (Clémentine en Vincent) die 2 en 4 jaar (respectievelijk) in Australië hebben gewoond/gewerkt, nadien door Europa hebben gereisd en nu met een zeer klein budget 5 maand door Centraal-Amerika zijn aan het reizen. Gezien hun budget werken ze een paar uur per dag in de hostels waar ze overnachten. Zeer ervaren travelers met wie we direct een klik hebben.

Peddelen door Las Isletas

Een dagje later zijn we onderweg om Las Isletas te verkennen. Las Isletas zijn 365 kleine eilandjes die gevormd zijn door lawines van de nabije Mombacho vulkaan. Deze vulkaan is nog nooit uitgebarsten maar heeft 3 grote lawines veroorzaakt (5000, 2500 en 1000 jaar geleden). De kleine eilandjes zijn bewoond door wat rijke Nicaraguaanse mensen, maar ook door buitenlanders. Prijzen variëren van $100.000 tot $ 4 miljoen, afhankelijk van de grootte en infrastructuur. Je kan deze eilandjes bezoeken per bootje, paddleboard of kajak. Wij kiezen voor de laatste optie, gezien het iets vriendelijker was voor ons budget dan het paddleboarden, en we de rust en de spierenkweek verkiezen boven het geluid van de motorboot. We worden door Lorenzo (onze 24 jarige gids) doorheen de verschillende isletas geleid en hij neemt de tijd om verschillende vogelsoorten te tonen (er zijn hier 125 verschillende vogelsoorten). Top! En oh wat is het zalige rustig in die kajak, ideaal om alle vogelgeluiden te appreciëren! Er is ook 1 eilandje bewoond door 5 aapjes, die daar ooit voor de toeristen zijn neergezet en die nu geen kant opkunnen. Zonde.

Bakken aan Laguna de Apoyo

Een dagje later nog zijn we onderweg naar Laguna de Apoyo, een meer dat is gevormd in een krater. Je betaald een inkom van 6$ per persoon om van alle infrastructuur van het hotel te mogen genieten (kajaks, paddleboards, strandstoelen,…). Er zijn ook een paar leuke alternatieven om te overnachten, zoals The Monkey Hut. Laguna de Apoyo in het kort: mooi strandje, weinig wind, lekker warm, goed gebakken! Veel meer kan ik niet over zeggen: als je een dagje wil chillen aan een strandje in de buurt van Granada/Masaya is dit ideaal.

Vamos a la playa – San Juan Del Sur

De volgende dag beslissen we om wat verder naar het zuiden te reizen. We nemen alweer met pijn in het hart afscheid van onze vrienden in De Boca En Boca en nemen de typische Chicken Bus naar Rivas om nadien die van San Juan Del Sur te nemen. Een Chicken Bus is de lokale (zeer voordelige) bus die vrij stevig wordt volgepropt en waarbij de rugzakken op het dak belanden. (Voor 2 euro per persoon zijn we van Granada naar San Juan Del Sur gereisd).

Van San Juan Del Sur hebben we meteen een shuttle gepakt naar Playa Maderas, een strandje iets verderop dat minder toeristisch zou zijn en waar we gemakkelijk wat zouden kunnen leren surfen. We hebben online al even een leuke hostel gevonden (Clandestino) en in de shuttle ontmoeten we Remi en Laurie, 2 Fransen die ook onderweg zijn naar de Clandestino (We hebben hier eigelijk al meer Frans gesproken dan eender welke taal). We krijgen een “upgrade”, een zeer ruime paalwoning met privé badkamer, een toogje en een mezzanine waar ons bed zich bevindt! Na een prachtige zonsondergang aan het strand gaan we op tijd slapen om de dag nadien misschien eens een surfles te nemen. Spanneeeend!

Onze eerste nacht is een hel. Er is zoveel wind dat heel onze paalwoning beweegt, het rieten dak waar we onder slapen maakt langs alle kanten lawaai, je droomt over turbulentie en gigantische insecten die je komen opeten. Great! De dag nadien zijn we dus alletwee in zombie-mode aan het wachten op de lokale foodtruck waar we wat groenten en fruit kunnen kopen om ons avondeten en ontbijt klaar te maken. We kunnen toegeven dat deze dag niet de meest productieve is. Rustig aan het strand wat gelezen, wat geploeterd in het water, iets gegeten, en ’s avonds lekker samen gekookt. Buiten wat surfen valt er niet veel te doen in Playa Maderas. Er zijn 3 restaurantjes op het strand (waarvan 1 ook een hostel), die elks luide westerse muziek draaien (tomorrowland style), veel toeristen,…

De volgende dag beslissen we dan ook om al vroeger terug te gaan naar San Juan Del Sur om te gaan zien wat dit geeft. Van SJDS (yeah, afkortingen) weten we dat het toeristisch is, maar hier kan je tenminste nog heel wat andere dingen doen. We komen terecht in een fantastisch chille hostel (Coconut Surf), waar we een kamer voor 4 vinden. Ideaal.

We horen van een Engelse surfster dat een nabijgelegen strandje veel beter zou zijn om te surfen. Minder wind, minder volk, kleinere golven,… Top! We huren via onze hostel een paar borden en voor we het weten liggen we weer in het water te ploeteren op Playa Remanso. Alle begin is moeilijk, en dit geldt zeker ook voor surfen. Een aantal keer rechtopstaand een paar meter “surfen” geeft ons echter genoeg motivatie om 2 uur lang in het water te blijven proberen, met goed wat schaafwonden op onze knieën als gevolg, maar een voldaan gevoel!

De volgende dag nemen we even de tijd om San Juan Del Sur zelf te verkennen. Veel kleine kledingwinkeltjes, toffe bars, leuke restaurantjes… Gezellig! Via Clémentine en Vince hadden we gehoord over SimonSays, een prachtige alternatief restaurantje waar ze fantastische smoothies en overheerlijke salades serveren. Een ander plekje die Camille en ik ontdekken is Gato Negro, een gezellig boek/koffiebarretje om lekker te ontbijten. Ze serveren er allerlei lekkere bagels, salades, lekkere koffie,… Een aanrader!

Voor 35$ per dag kan je ook een scooter huren. Voor mij is dit de beste manier van reizen. Je bent volledig vrij om te vertrekken, te stoppen, eventueel terug te keren waar je maar wil. Hierdoor kan je een tochtje maken naar Playa La Flor, Playa El Coco, Playa Yankee,… Op onze “roadtrip” valt ons op hoe dor het landschap hier is. Het is namelijk droog seizoen, waardoor de meeste bomen hun bladeren verliezen om zo de droogte te overleven. Het heeft wel wat! Indien je Playa La Flor kan bezoeken rond November wordt je (na een inkom van C$200 pp te betalen) beloond door een gigantische hoeveelheid schildpadden die er hun eitjes komen leggen. Dit is 1 van de 7 plekken in Centraal-Amerika waar dit gebeurd. Gezien we begin Maart zijn, is het enkel mogelijk ‘s nachts om een schildpadje uit zijn nestje te zien lopen. Anderzijds is dit een prachtig afgelegen strand waar we 1 iemand zijn tegengekomen op 1,5 uur tijd.

Zweten op Ometepe

Na een bus en een taxirit ontmoeten we Clementine en Vince terug (de vrijwilligers van De Boca En Boca in Granada). Zij hebben 2 weken “verlof” en we hebben beslist om samen naar Ometepe te gaan. Ometepe is het eiland in de Lago de Nicaragua dat gevormd is door 2 vulkanen. Na een brute overtocht van 2,5 uur naar San Jose (in het zuiden), komen we aan in Merida, een zeer klein dorpje waar enkel een onverharde weg naartoe leidt. Er werd ons aangeraden om naar Los Chocoyos hostel te gaan, een kleine, gezellige hostel, vlak aan het water, langs de kant van de zonsondergang! Yes! We worden daarboven nog eens zeer vriendelijk ontvangen door Nestor, de 22 jarige manager.

Op 5 km hiervandaan begint een beklimming van 3km om de Cascada de San Ramon te bereiken. Langste 3km van ons leven. Stijgen, dalen (maar vooral stijgen), de weg zoeken in het midden van de jungle, om dan eindelijke de waterval te bereiken. We waren beter wat vroeger vertrokken, want tijdens de warme middaguren klimmen, om nadien maar even te kunnen blijven omdat we nog een hele terugweg hebben is een beetje stom. Ach ja, we hebben onze sport voor vandaag ook weer gedaan! Op de terugweg komen we El Imperior tegen, een gezellig restaurantje waar ze lekkere veganistisch gerechten hebben en we fantastisch worden ontvangen door het 8-jarig zoontje van de eigenaar. Ja we zijn trouwens sinds enkele weken veganistisch, maar hier schrijven we later nog wat meer over.

De dag nadien hebben we motors gehuurd om het eiland te verkennen. De weg vormt hier een 8 rond beide vulkanen, dus technisch gezien kan je hier rond de 2 vulkanen rijden. Een heel deel is echter onverhard, dus maken we eerder een 4. We stoppen een paar uurtjes langs de Ojo de Agua, een groot “natuurlijk” zwembad. Even lekker chillen. Op Ometepe kan je trouwens ook heerlijk vegetarisch/veganistisch eten. Naast de hierboven vernoemde El Imperior in Meridas, kan je in Natural in Santo Domingo ook fantastische gerechtjes verorberen.

4h15: De wekker gaat af. Vandaag beklimmen we de Concepción vulkaan, de grootste van de 2 op dit eiland. De tocht zou in totaal tussen 8 en 10 uur moeten duren. Vroeg vertrekken dus, anders wordt het veel te warm. De vulkaan is ongeveer 1600 meter hoog, maar de tocht zou 13km heen, 13km terug zijn. Jungle, rotsen, rotsen, rotsen, modder en as. Afzien. We hebben de fout gemaakt om ’s ochtends niet te ontbijten en al snel zitten we door onze reserve. We hebben elks 5 bananen en 2 liter water mee, maar die bananen worden spijtig genoeg al snel fruitpap. Wanneer we bijna aan de top zijn, beslissen we dus ook om die pap aan de natuur te doneren want “we hebben die toch niet meer nodig om te dalen”. Ja, wel dus. Na even kort op te top de prachtige mist en een gedeelte krater te bewonderen, is het tijd om terug naar beneden te gaan, en die afdaling valt niet echt mee. Je glijdt overal uit, moet overal af klimmen, hoe in godsnaam hebben wij dit ooit opgeklommen. Waarom hebben we die bananen toch weggegooid! We staan te trillen op onze benen wanneer plots: Uitzicht! Hoera, gedaan met de wolken. We worden beloond met een prachtig panorama over het eiland. De Maderas (het kleinere zusje van de Concepción) staat prachtig te schitteren in de verte. 4,5 uur hebben we naar boven geklommen, en 5,5 uur naar beneden. Om een indruk te krijgen van onze beklimming klik je hier

 15h30: Nu is het tijd voor een deftig “ontbijt”! Smakelijk!

You Might Also Like