Bolivia in 30 dagen en 12 stops

Steden tussen de bergtoppen, pampa’s, immense zoutvlaktes, enorme hoogteverschillen, traditionele klederdracht, ellenlange busritten, kleurrijke markten en een eindeloze diversiteit aan natuur. Dat is Bolivia voor ons. 

Heel veel mensen bezoeken dit land in combinatie met Peru en gebruiken La Paz als uitgangspunt om verschillende excursies te doen. Wij pakten het iets anders aan. Samen met nog 5 andere vrienden vertrokken we in Santa Cruz en reisden we in 30 dagen van Zuid-Oost naar Noord-West Bolivia. 

Het heilig kruis van de heuvels – Santa Cruz

Zelf spendeerden we 5 dagen in deze stad, omdat 2 van de 5 vrienden hier al waren en de andere 3 enkele dagen later zouden toekomen. Deze, toch wel grote stad (de grootste van Bolivia) is volgens ons geen must als je tijd beperkt is en de route niet meteen hiertoe leidt. Moet je er toch sowieso langs, laat je dan verrassen door het koloniale gevoel dat hier heerst en laat je heen en weer slingeren tussen modernisme en traditie.

In de overdekte tuin van biocentro Guembe kan je onwerkelijk mooie papegaaien en toekans van dichtbij bewonderen en met een beetje geluk komen ze zelfs op je schouder zitten. Ook de vlindertuin is in het juiste seizoen de moeite en aan de (15) natuurlijke zwembaden kan je op een mooie dag wel wat uurtjes relaxen. Ook uitstappen naar Amboro national park of Pantanal zijn gemakkelijk te boeken van hieruit en verder is het best een leuke ervaring om een kroeg binnen te lopen en een pintje te drinken met mensen die nog nooit eerder een blanke zagen. Bereid je dan wel even voor op minder tanden dan mensen aanwezig en een gezonden portie ‘gewoon ja knikken’.

Rust in het hoogland – Samaipata

Een klein, oud dorpje waar de lokale bevolking je misschien niet meteen het allerwarmste welkom heet, maar waar een echte hippie-cultuur heerst onder de buitenlanders die zich hier gesetteld hebben. Hoewel het niet meteen op de weg ligt, is Samaipata de laatste jaren hoe langer hoe meer een top gringo-trail spot geworden. Tijdens de weekends wordt het ook door ‘cruceños’ (bewoners van Santa Cruz) drukbezocht. In het stadscentrum word je verrast door een aantal enorm leuke restaurantjes en barretjes en een bezoek aan de marktjes mag ook niet ontbreken. Slapen kan je doen op een van de vele finca’s: domeinen met huisjes waar je heerlijk tot rust kan komen. Wij verbleven bij ‘La Vispera’, het domein van een Nederlands koppel. In hun theehuisje (Garden Café) kan je lekker lunchen met allemaal producten uit hun eigen tuin én we hebben zelfs op een dag hun oude houtoven mogen gebruiken om pizza’s te maken. Samaipata is tevens een populaire bestemming om van hieruit uitstappen te doen naar de oude Inca-site in El Fuerte of naar Amboro National park, waar wij een eerste indruk opdeden van de waanzinnig mooie natuur in Bolivia.

Het kloppend hart en het paradepaardje van Bolivia – Sucre

Sucre is zo een van die steden waarvan je denkt ‘hier zou ik best wel kunnen wonen’. Een bruisende stad, waar de geschiedenis door de straten waait en waar er altijd wel iets gaande is. De stad wordt beschreven als de mooiste van heel Bolivia en wordt vaak vergeleken met Sevilla, door haar koloniale architectuur en witte gebouwen met charmante binnentuintjes. Ben je er in het weekend dan is een van de grote markten een absolute must-do. Ook door de week is de overdekte markt the place to be voor sapjes, inkopen of een goedkope lunch. Onze hostel bood een citytour aan die je op 2 uur door de geschiedenis van de stad loodst. Een aangename manier om de stad te leren kennen (en je steunt een goed doel)! Slaag een bezoek aan café mirador zeker niet over om te genieten van de zon, het uitzicht en een lekkere kan sangria.

De hoogste stad ter wereld – Potosí

Wat Potosí betreft kan je beter niet te veel rekening houden met onze ervaring. We zouden hier normaalgezien een hele namiddag doorgebracht hebben, maar het verkeer besliste daar anders over. De luttele 3 uur die we hier dus uiteindelijk spendeerden, brachten we door op café waar we een poging deden wat op krachten te komen nadat de hoogte ons recht in het gezicht mepte. (Je zit hier op maar liefst 4090 meter)

Potosí ‘dankt’ zijn ontstaan aan het zilvererts dat hier ontdekt werd en dat in grote hoeveelheden als zilver naar Spanje werd verscheept. In die tijden was het dan ook een van de rijkste steden van Zuid-Amerika. Wanneer de mijnen echter uitgeput geraakten zakte de economie in elkaar. Vandaag de dag teert de stad op het ontginnen en exporteren van lood, zink en zilver en verdienen de mijnwerkers een centje bij door toeristen rond te leiden in de mijnen. (lees: toeristen poseren hier met mijnwerkers die in erbarmelijke omstandigheden werken en leven en nog amper de 30 halen)

Wijntje proeven – Tarija

Een leuke tussenstop voor wie van wijn houdt en voor wie graag een van de beste hostels van Bolivia uitprobeert. Naast deze twee leuke activiteiten valt hier niet veel spectaculairs te beleven.

Wicky wicky wild wild west – Tupiza

Welkom in Tupiza, het wilde westen van Bolivia. Spring hier op een paard (no worries als je geen ervaring hebt, paarden rijden hier op automatische piloot) en laat je meevoeren tussen de rode rotsen en de cactussen. We boekten hier met Tupiza Tours onze 4-daagde excursie naar de zoutvlaktes van Uyuni omdat we voordien al vernomen hadden dat dat goedkoper was. Niet alleen is het goedkoper, je bewaart het uiteindelijke hoogtepunt ook voor het einde, wat volgens ons echt een enorm pluspunt is.

Het Mars van Bolivia – Salar de Uyuni

De 4-daagse tour van de zoutvlaktes en alles daaromheen behoort zonder enige twijfel tot de top 3 mooiste dingen die we ooit al hebben gezien. In mijn dagboekverslag kan je een uitgebreide beschrijving vinden van deze waanzinnige excursie.

Uyuni

In Uyuni zelf valt er naar ons weten niet zo veel te beleven. Het dient vooral als uitgangspunt om tours naar de zoutvlakte te doen of naar San Pedro de Atacama in Chili. Van hieruit namen wij een bus naar La Paz, die er ongeveer 12 uur over doet.

Sky high – La Paz

Zoals de meeste hoofdsteden, is La Paz een grote, drukke, en best wel vervuilde stad. In één ding onderscheidt deze stad zich echter van alle andere steden waar we al zijn geweest en dat is dat ze gebouwd is in en op een prachtige vallei. Wat dus uiteraard niet te missen is, is het panoramische zicht vanuit de kabelliften. Je kan van de ene lijn op de andere overstappen en op deze manier krijg je echt een heel leuk overzicht van de stad.

Waar wij ons hier vooral mee amuseerden voor de rest, is gaan eten in een aantal heel leuke restaurantjes. Voor souvenirs in te slagen moet je op de witchmarket zijn. Al zijn het eigenlijk gewoon kleine straatjes met leuke winkeltjes, in plaats van een echte markt. Het kreeg deze naam (volgens wat ik eruit heb opgemaakt) omdat in La Paz iedereen zijn eigen heks heeft, die ze enkele keren per jaar moeten bezoeken. In deze straatjes zie je de heksen hun vaste klanten ontvangen op straat.

Kota Kahuana – Copacabana

Of ook wel meerzicht. Vanuit La Paz namen wij de bus naar dit klein dorpje dat aan het befaamde Titicacameer ligt, op maar liefst 3820 meter hoogte. Je kan hier luilekkeren in het zonnetje op een van de vele terrasjes, of je kan je in een iets sportievere bui wagen aan de viewpoint. Van hieruit vertrekken er ook dagelijks meerdere keren per dag boten naar Isla del sol.

Bergeilandje – Isla del Sol

Isla del Sol is een klein eilandje, midden in het Titicacameer. Jammer genoeg kan je ook voor deze plek best niet afgaan op onze ervaring. Het is allemaal heel leuk begonnen, we kwamen aan en er hing een leuke sfeer op het eilandje, we wandelden de 300 trappen naar boven zonder ons lootje te laten en we vonden leuke kamers voor een prikje. ’s Avonds viel er echter niet zoveel te beleven dus gingen we eten in een van de weinige restaurantjes. De pasta met tomatensaus is de pretverderver geweest waardoor we buiten de wc niet veel meer van het eiland hebben kunnen zien. Omdat de nachten hier ook nog eens ijzig koud waren besloten we de boot terug te nemen naar Copacabana waar we twee dagen uitgeziekt hebben in de zon. Het oorspronkelijke plan was om op Isla del sol een hike te doen van de ene kant van het eiland naar de andere kant, wat naar het schijnt wel enorm de moeite zou zijn gezien je hier en daar nog wat overblijfselen van de Inca’s kan terugvinden.

Ravijn van eenden – Rurrenabaque

Denk; kaaimannen, anaconda’s, roze dolfijnen, piranhas en paalwoningen (en knappe Nederlanders volgens Jana) en dan heb je een samenvatting van onze 3-daagse tour door de pampa’s. Deze werd eerst nog voorafgegaan door een vluchtje van 45 minuten vanuit La Paz. Het vliegtuig bood plaats voor 14 passagiers en vloog ons door de besneeuwde bergtoppen en over het begin van de Amazone. Toevallig iets dat op onze bucketlist stond.

Dag 1: Eens geland in Rurrenabaque sprongen we de taxi in die ons dropte aan een Frans bakkerijtje tegenover onze touragency. Beste ontbijt in maanden! De 2 uren erna waren net iets minder comfortabel, met z’n 9 in de jeep over een hobbelige weg tot aan de ‘haven’. In de zogenaamde haven werden we opgewacht door onze gids, werden onze zakken in het bootje geladen en al vrij snel ging de tour echt van start.

We waren nog geen 2 minuten onderweg met het bootje of we zagen de eerste kaaiman al. Op weg naar het kamp zagen we er nog tientallen en spotten we zelfs een zwarte kaaiman, de nog grotere, schubbigere versie van de groene kaaiman. ’s Avonds trokken we er weer op uit met het bootje en onze zaklampen omdat je dan de reflecterende ogen van de kaaimannen kan zien. Totdat ze een paar maanden oud zijn, blijven de jongen bij hun moeder en omdat de meesten net jongen geworpen hadden zagen we indrukwekkend veel verzamelingen van rode oogjes. De avond sloten we af aan een gezellig kampvuur met een flesje rode wijn.

Dag 2: Wanneer het warm is leggen de kaaimannen zich aan de kant om te genieten van de warmte. Nu zag je om de 2 meter dus wel een kaaiman. Nooit gedacht dat we er zoveel zouden zien dat het op de duur zelfs gaat wennen. Op het programma vandaag: anaconda’s zoeken in de pampa’s en piranhas gaan vissen. Eerlijk gezegd, niet onze favoriete activiteiten. Onze gids wist ons te vertellen dat in het gebied waar we op zoek gingen naar de anaconda’s er steeds minder en minder te vinden zijn, omdat ze vluchten door de toeristen. Wanneer een van de andere groepen dan toch eindelijk een slang spotte, verzamelde iedereen zich om elks op zijn beurt met de slang te poseren. Uit stress sloeg de slang er zelfs niet in om zijn middagmaal binnen te houden. Dat zegt zo ongeveer alles.

Het vissen was over het algemeen nog wel grappig, vooral omdat Christophe de slechtste visser ooit bleek te zijn en Marlies het leuker vond om de vissen te voederen ipv ze te vangen. Het heeft nog wel charme, vind ik, om de visjes die je vangt ‘s avonds op te eten, maar de fun is er na een tijdje wel af als je 80% met een gat in hun kaak terug in het water moet gooien omdat ze niet vlezig genoeg zijn.

Dag 3: Naar deze dag keken we heel hard uit: zwemmen met de roze dolfijnen. Gelukkig waren we dus effectief al wat gewend aan de kaaimannen overal, want ook op de plek waar we gingen zwemmen lagen die rustig aan de kant te zonnebaden. Gelukkig blijken dolfijnen enorm territoriale dieren te zijn, die de kaaimannen dus mooi op hun plaats, aan de zijlijn, houden. Je zit hier natuurlijk op een rivier, dus het water is troebel en je ziet de dolfijnen amper. Je moet het dus vooral stellen met ze langs je te voelen zwemmen en misschien eens een speelse beet in je teen. Hoewel ik dit nu dus ook op de een of andere manier van mijn bucketlist kan schrappen, doe ik het misschien nog wel eens opnieuw. In helder water. Met gewone dolfijnen. In Bora Bora ofzo.

Na deze 3-daagse klepper als afsluiter en nog zo’n geweldig Frans ontbijt, vlogen we terug naar La Paz. De tijd had ik willen bevriezen, zodat het pijnlijke afscheid er nooit van had gekomen. Maar we hebben het maar weer gehad! Bolivia zal voor altijd een speciaal plekje hebben in ons hart, dat staat vast.

You Might Also Like