Nicaragua, een plek onder de zon.

 

Onderstaand artikel schreven we voor Travelbird.be 

Het land van de eeuwige zon, de ongerepte natuur, het wilde leven, koloniale steden, hangmatten, surfplanken en gebruinde lijven die de weg naar huis niet meer (willen) vinden.

Hoewel Nicaragua niet direct op onze to-do lijst stond voor ons vertrek, lieten we ons overtuigen om na Cuba hierheen te vliegen. Omdat het volgens velen het ‘nieuwe Costa Rica’ zou zijn én omdat, laat ons eerlijk zijn, het toch altijd een beetje prikkelt als je iets kan doen dat niet meteen op de drukbezochte gringoweg ligt. Bij Costa Rica denken jullie onwaarschijnlijk ook aan de kernwoorden van in de intro en dus ja, in dat opzicht klopt de vergelijking zeker. Nog liever zou ik het echter omschrijven als het ‘nieuwe oude Costa Rica’. Nieuw als in; toenemend toeristisch, oud als in; nog betaalbaar en ongerept.

9 weken zeulden wij onze rugzak hier van stadje naar strandje naar vulkaantje. Voldoende tijd dus om het land een beetje te leren kennen en jullie nu te voorzien van **10 redenen waarom je gewoon je ticket moet boeken! **

1) 1 woord: ZON!

Het is er heel het jaar door lekker warm en de zon draait op volle toeren. En daar is eigenlijk de kous al mee af, toch?

2) Pacha mama

De laatste jaren had Nicaragua te kampen met heel wat droogte. Daardoor, en omdat we er in het droge seizoen waren, lag het landschap er redelijk dor bij. Desalniettemin kan je er prachtige wandelingen maken in de ongerepte natuur, in alle uithoeken van het land. Waag je zeker aan een van de 19 vulkanen (waarvan 8 actieve) en geniet van een spectaculair zicht en een ongelofelijke beloning eens je de top bereikt.

3) Pijp uit? Kleren uit!

Nadat je je tijdens een hike in het zweet hebt gewerkt kan je recupereren in een ligstoel of een hangmat. Nicaragua biedt de ideale mix tussen sportief en heerlijk relaxen aan.

4) Gemakkelijk, goedkoop en snel

En dan heb ik het over het transport 😉 In dit relatief kleine landje hoef je geen lange dagen of nachten op de bus door te brengen, op maximum 4uur ben je op je bestemming met de lokale chickenbus. Op voorhand reserveren hoeft niet, de meeste bussen vertrekken zowat elk uur en je zal het geweten hebben. (Denk: de co-piloot die uit de deur hangt en de bestemming door de straten blijft roepen in de hoop de bus vol te krijgen. Doe: zeg zoveel en zo snel mogelijk ‘Granada’ aan een stuk door om een beeld te krijgen van hoe dat ongeveer in z’n werk gaat.) Over je budget hoef je je op dit gebied ook geen zorgen te maken, voor gemiddeld 2 euro ben je gesteld. Bovendien zien de bussen er nog eens super leuk uit ook!

5) Safety first

Een veelgestelde vraag is of het wel veilig is in Nicaragua. Zelf hebben we er niets meegemaakt en beantwoorden we die vraag dus graag positief. Natuurlijk hou je best je spullen en je gezond verstand dichtbij op bussen en dergelijke. Eerlijk is eerlijk, we zijn een aantal mensen tegengekomen die bestolen zijn geweest, maar dat kan overal gebeuren (ons overkwam het in Peru). We kwamen even goed meisjes tegen die er alleen aan het reizen waren en nooit iets hebben meegemaakt.

6) Bevorderlijk voor de insta-feed

A picture-perfect kind of scene. Dit zowel op vlak van de prachtig variërende natuur, de koloniale architectuur, alsook de mensen die er geen probleem mee hebben dat je een fotootje van hen trekt.

7) Vriendelijke mensen

De Cubanen spannen de kroon, dat ik moet ik ze geven, maar in Nicaragua moeten ze zeker niet onderdoen.

8) Surf’s up!

Kan je surfen en wil je die skills maar al te graag delen: kan! Kan je niet surfen en wil je het leren: kan! (Hier geldt de ‘niet rechtgestaan, geld terug’ politiek dus het kan nog goedkoop ook) Kan je niet surfen en wil je gewoon kijken: guess what? Kan! (Ps; San Juan Del Sur en zijn omliggende stranden zijn hiervoor de place to be)

9) Food & beverage

Alsof al deze 8 redenen nog niet genoeg waren, zit ook het eten en drinken hier nog eens mee! Wij besloten in Nicaragua onze eetgewoonten over een andere boeg te gooien en eten sindsdien nog enkel niet-dierlijke producten. De hostels hebben de handige gewoonte een keuken te voorzien voor de gasten, dus meestal kookten we zelf, kwestie van het budget niet uit de pan te laten schieten. Wanneer we wel eens uit eten wilden gaan waren er altijd, overal, meerdere leuke (al dan niet veganistische) opties te scoren.

10) Prachtige koloniale steden

Gekleurde voordeuren, prachtige kathedralen, lange straten die uitlopen op de zee, musea, straten met geschiedenis, … Granada beviel ons bijvoorbeeld zodanig dat we er meer dan een week bleven hangen.

11) De slechtste muziek in heel de wereld.

Daarom dat we dan ook 10 redenen zeiden en geen 11.

We Zien Wel zoekt de heuvels in het Noorden op

Niet heel veel toeristen die een beperkte tijd hebben bezoeken het Noorden, de meesten stippelen hun route uit tussen León, Granada, Isla de Ometepe en San Juan del Sur. Begrijpelijk natuurlijk, maar wel zonde, want ook een bezoek aan het Noorden is volgens ons een absolute must. We zijn nu 7 weken in Nicaragua aan het rondreizen en toegegeven, dat is wel heel ruim, maar het land blijft er wel in slagen om telkens opnieuw een andere kant van zichzelf te laten zien. De sfeer die er aan de Pacifische kant en de Caraïbische kant heerst verschilt al enorm van elkaar en ook hier, in centraal Nicaragua, zou je bijna denken dat je weer in een ander land bent beland. Geen stranden of vulkanen meer, maar ‘regenwoud’, koffie- en tabaksplantages, watervallen en canyons.

First stop: Estelí

Estelí is een stad in het noordwesten van Nicaragua. In het stadje zelf is een bezoek aan de sigarenfabriek niet te missen en ook de kathedraal verdient het om even bewonderd te worden. Ook de wandeling naar La Cascada de la Estanzuela is zeker de moeite en verder moet je gewoon even verdwalen in de straatjes om de vele mooie en krachtige muurschilderingen op te zoeken.

Even wat meer over de sigarenfabriek die we bezochten:

Het gebied waarin Estelí gelegen is verleent zich perfect om tabak voor sigaren te telen, daarom is het dus ook een van de meest belangrijke sigaar-producerende steden ter wereld. Wij bezochten voor 8 dollar per persoon een sigarenfabriek net buiten het stadscentrum en kregen van a-z te zien en te horen hoe een doosje sigaren tot stand komt. Niet alleen wordt elke sigaar hier met de hand gerold, het proces dat daaraan voorafgaat is bijna hallucinant.

Even heel kort, gewoon omdat ik het niet kan laten, het proces van zaad naar sigaar. – Diagonaal te lezen voor diegenen die of niet geïnteresseerd zijn in deze uiteenzetting, of diegenen die zeggen ‘daar ga ik naartoe!’ en nog verrast willen worden – Een tabaksplant bestaat uit drie delen: ligero, seco en voldedo. Het bovenste, het middelste en het onderste stuk. Elk verschillend deel van de plant wordt ook voor een verschillend deel van de sigaar gebruikt. Tijdens de oogst worden eerst de onderste bladeren geplukt, daarna de middelste en dan pas de bovenste. Dit zodat de bovenste bladeren het meeste zonlicht kunnen vangen en de sterkste zijn. Alle bladeren die geplukt worden komen eerst te drogen. Daarna worden ze samen in bakken gebundeld voor een eerste natuurlijke fermentatie. Voordat er een tweede fermentatie plaatsvindt, worden maar liefst alle bladeren gesorteerd per soort en wordt de middennerf handmatig verwijderd. Daarna wordt alles weer gebundeld in bakken voor een tweede fermentatie. Hierbij is de belangrijkste factor de temperatuur, dus die wordt nauwlettend in het oog gehouden en alle bladeren worden regelmatig omgekeerd om een evenwicht te creëren. Nadat de bladeren enkele dagen hebben kunnen luchten in de ‘parillelos’ (planken waarop de bladeren verspreid worden) worden ze verpakt om vervolgens aan een langdurig rijpingsproces te beginnen. Na het rijpingsproces kan de sigaar dan uiteindelijk gerold worden. Het rollen bestaat ook op zijn beurt uit een paar verschillende fases. Eerst wordt het binnenste van de cigaar in het omblad gerold en wordt dit geheel gedurende 20min samengeperst in een mal om zijn vorm te krijgen. Vervolgens wordt de sigaar in een dekblad gewikkeld en afgesneden op de juiste lengte. Eens gerold wordt elke sigaar geïnspecteerd. De kleur, lengte, doorsnede en het uiterlijk van de sigaar worden beoordeeld, en jawél, 1 iemand voert de functie van ‘sigarenproever’ uit. Deze belangrijke en zeer gezonde man brengt zijn minstens 20-jarige carrière dus al rokend door en controleert zo de verschillende sigaren op hun sterkte. Nu nog even 2 tot 3 weken laten rusten en dan zijn de sigaren klaar om verkocht te worden.

Vanuit Estelí kan je nog best wel wat leuke uitstappen boeken, bijvoorbeeld via Tree Huggers. Tree Huggers is een non-profit organisatie die tevens deel uitmaakt van hostel Luna (samen met Sonati zowat de meest populaire hostels hier). Een van hun meest populaire uitstappen is die naar de veelbelovende Somoto Canyon. Wij hebben deze uitstap niet via hen geboekt, maar hebben gewoon de bus genomen naar Somoto en zijn daar aangesloten bij een groep via Somoto Canyon Tours. Uiteindelijk maakt het niet zo veel uit met welke organisatie je het boekt, de prijzen zijn zowat overal dezelfde.  

Tot voor Estelí stond de beklimming van El Hoyo (lees hier onze El Hoyo ervaring) zonder enige twijfel op onze nummer 1, maar nu zal hij zijn plaats toch moeten delen met de Somoto Canyon. De canyon werd pas in 2004 ontdekt en er worden pas tours gegeven sinds 2011. Het is dus nog maar redelijk recent een populaire en niet te missen attractie geworden in Nicaragua. Samen met nog 6 anderen kozen we ervoor om de tour van 4 uur te doen, waarbij we afwisselend moesten wandelen en zwemmen en ook de kans kregen om van kliffen tot wel 20 meter hoog te springen. Christophe waagde zich aan de sprong van 8 meter hoog, ik bleef trouw aan mijn belofte aan het thuisfront om niet roekeloos te worden en hield het op een bescheiden 2 meter (Haha, dit klinkt zó lame). In elk geval, we zijn het erover eens dat dit echt een enorm indrukwekkende uitstap is die je absoluut niet mag missen als je de kans krijgt Nicaragua ooit te bezoeken! 

In de provincie Estelí en het beschermd natuurpark Miraflor bestaat de hoofdactiviteit uit landbouw en het produceren van artisanale producten. De voorwaarde om toeristen toe te laten in het natuurpark is dat zij helpen op de fincas, of ze alleszins bezoeken. Je kan via Tree Huggers een homestay boeken in Miraflor, waarbij je dus bij mensen thuis gaat slapen en hen helpt op het veld. We vernamen echter van een meisje dat ze gedurende een week niets hoefde te doen omdat er nu eenmaal niet veel werk is tijdens het droog seizoen. Wij kozen er dus voor om samen met Evert en Sanne, een Nederlands koppel dat we de avond ervoor leerden kennen een wandeling van 5 uur te gaan doen in het ‘regenwoud’ van Miraflor. Nu, droogte en regenwoud gaan niet echt goed samen, dus het bleef bij een mooie wandeling in een vrij tot zeer dor landschap. Voor ons was deze uitstap dus net een iets minder groot succes, maar in het regenseizoen is het volgens mij wel echt de moeite!

Matagalpa

Matagalpa is een iets levendiger stadje, meer richting het noordoosten van Nicaragua. Het is gelegen in een vallei en is dus redelijk heuvelachtig. We merkten hier meteen een verschil in temperatuur en moesten na 2 maanden onze jeans ‘s avonds nog eens uitpakken. Evert en Sanne reisden nog voor een nachtje meer naar hier, dus samen hielden we in La vita e bella een uitgebreide Italiaanse avond met veel pizza en veel rode wijn.

Vanuit Matagalpa kan je verschillende uitstappen doen naar watervallen, regenwoud, bergen enz. Wij waagden ons aan de beklimming van de Cerro Apante, een hike van slechts een uurtje maar bijna vermoeiender dan de beklimming van de El Hoyo vulkaan. (Ik steek het op het feit dat het hier al wat hoger gelegen is, ofzo) De camino de la cruz bracht ons tot op de top, waar we een gigantisch beeld van Maria aan een kruis te zien kregen (eigenlijk geen idee wie het was, maar laten we het op Maria houden). Van hieruit hadden we een prachtig panomarisch zicht over de stad en onze beweging hadden we ook weer gehad!

De dag erop stapten we op de chickenbus om La cascada blanca, de witte waterval te bezoeken. Hier wil ik meteen even een van de grootste pluspunten van Nicaragua aanhalen, als je hier een canyon of een waterval of natuurlijke zwembaden of eender wat bezoekt, dan kan je er echt nog van genieten en heb je het gevoel dat je iets hebt gedaan wat niet iedereen doet omdat het er niet platgelopen wordt door toeristen. Op 2 andere mensen na waren we er dus weer helemaal alleen, waardoor je iets op een heel andere manier kan bewonderen. Bovendien had het de avond ervoor stevig geregend, waardoor de waterval veel heviger was en het effect dus nog eens uitvergroot werd. Na een aantal uurtjes namen we de bus terug, helemaal voldaan!

De andere uitstappen bleken redelijk duur te zijn en gezien we al wel redelijk wat wandelingen achter de rug hadden en er in de andere landen ook nog wel wat op de planning staan, besloten we het hierbij te houden en terug richting Granada te reizen.

We zien jullie wel snel weer, voor een update over onze twee laatste weken in Nicaragua!

 

 

León, que calor, que calor

León is een stadje dat iets meer in het Westen van het land gelegen is. En sta me toe al even dit te zeggen: Het is hier warm. Erg warm. In tegenstelling tot in andere steden is er hier geen briesje te bespeuren en is 38 – 40 graden rond de middaguren dus geen uitzondering. Maar laat dit jou niet afschrikken! Er zijn heel wat zaken die maken dat León absoluut op jouw planning moet belanden.

Semana Santa

Wij kwamen op donderdag in León aan, net voor het begin van Semana Santa, of de goede week. Deze wordt hier vrij uitbundig gevierd gedurende 3-4 dagen, weliswaar op verschillende manieren. Een heel deel van de bevolking hecht enorm veel belang aan hun geloof en eren deze dagen de Heiligen. Meermaals per dag bots je op een “ceremonie” in de straten en op goede vrijdag worden er in bepaalde straten heuse historische, katholieke straatschilderijen gemaakt doormiddel van gekleurd zaagsel (Alfombras pasionarias). Uren zijn ze hiermee bezig, jong en oud en diezelfde avond loopt er een stoet doorheen deze prachtige kunstwerken en mogen ze alles terug opkuisen. Niet meteen heel logisch, maar levert wel prachtige beelden op.

Voor een ander deel van de bevolking is niet hun geloof, maar wel hun vakantie het allerbelangrijkste deze dagen. Deze locals trekken naar Las Penitas, het strand dat hier een half uurtje verderop ligt, om zich ladderzat te zuipen en feest te vieren. In the name of Jesus!

Authenticiteit alom  

Dankzij de Semana Santa hebben we de stad rustig kunnen verkennen en botsten op een tal van prachtige, authentieke zaakjes. Barberia’s, comedors, lavanderia’s,.. er zijn hier zeer weinig ketens, wat maakt dat elk zaakje zo zijn eigen ziel heeft. In opdracht van walldog.world zijn we dan ook actief op zoek gegaan naar deze zaakjes, om mooie verhalen te leren kennen. Een paar voorbeeldjes: een wasserette die vanbinnen helemaal staat volgeklad met leuke woorden van hun klanten vanuit de hele wereld. Een kapper die gerund is door 3 ex-militanten uit de revolutie, een rotulos die beletteringen maakt voor in de stad,…

Een beetje geschiedenis

Hoewel León vandaag een prachtige stad is, heeft het donkere tijden gekend. Tijdens de volksrevolutie in de jaren ’60-’70, die ontstond na jaren dictatuur, was León een slagveld door een studenten-gedreven opstand en daaropvolgend de afslachting van de overheid, waarbij de Amerikaan-gesteunde dictator Anastasio Somoza García werd vermoord. Hierna nam zijn zoon de leiding, maar hij werd op zijn beurt weer vergiftigd door zijn eigen broer, waardoor deze aan de leiding kwam. In 1979 verloor de familie Somoza uiteindelijk de macht, na een jarenlange strijd met de FSLN (Frente Sandinista de Liberación Nacional) of het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront. De Sandinisten noemden zichzelf naar Augusto César Sandino, een revolutionair die in de jaren 20 en 30 streed tegen de bezetting van Nicaragua door de Verenigde Staten. De Sandinisten namen uiteindelijk een land over dat volledig in puin lag, met een schuld van 1,6 miljard Amerikaanse dollar, een geschatte 50.000 oorlogsdoden, 600.000 daklozen en een totaal ontwrichte economische infrastructuur.

Indien je dieper wenst te gaan in deze historiek is het absoluut een aanrader om de Museo de la revolucion te bezoeken, aan de parque central. Zeker niet het grootste museum dat je ooit bezocht, maar je wordt er wel begeleid door een ex-militant van de revolutie (in het Spaans!), wat gepassioneerde verhalen oplevert. Je betaalt hier 50 cordoba per persoon inkom, en een fooi aan jouw gids.

Nog wat meer godsdienst! 

Midden in de stad, aan de parque central, vind je de prachtige kathedraal van León, ook wel “Real e Insigne Basílica de la Asunción de la Bienaventurada Virgen María” genoemd. Niet even hoog als onze Antwerpse OLV, maar wel de grootste van centraal Amerika. Het gerucht doet al eeuwen de ronde dat deze oorspronkelijk in Peru moest gebouwd worden, maar door een of andere mixup in León is beland.

Een zeer mooi interieur, met beelden, glaswerken en hoge koepels. We zijn geen extreme churchlovers, maar hier hebben we toch wel van genoten. Wat ons echter nog meer aantrok is het feit dat het dak 1 uur per dag toegankelijk is voor het publiek, waardoor je je even in Santorini waant (niet dat we daar al zijn geweest). Prachtige parelwitte koepels, en een mooi uitzicht over de stad. Heerlijk.

Het was ons niet helemaal duidelijk maar we denken dat de openingsuren 15:30 tot 16:30 zijn, en het kost je 3$.

 

Plons. 

Toevallig kwamen we op een of andere flyer Casa Abierta tegen. Een restaurant (en binnenkort ook hostel) met een zwembad, onderandere eigendom van een Waalse vrouw. Ik kan dit niet anders verwoorden als ZALIG en de ideale manier om even de warmte van León te ontvluchten. We hebben hier ook een paar gerechtjes gegeten die enorm lekker waren!

Het kost je 60 cordoba (2€) om hier te komen zwemmen.

Las Penitas

Een alternatief om de hitte te ontsnappen is om naar het strand af te zakken, een half uurtje ten westen van León. Het meest bekende is Las Penitas. Wij kozen er echter voor om naar Poneloye te gaan, het strand ernaast. Niet omdat het er zoveel mooier is, maar wel omdat je hier naar de Surfing Turtle Lodge kan gaan. Na een klein boottochtje en een kwartiertje wandelen bereik je de Lodge: een prachtige, zelfvoorzienende hostel waar je gewoon helemaal zen wordt. We hebben hier een lekker genoten van een namiddagje chillen in de hangmatten maar ook meegedaan (en gewonnen) aan de beachvolleybalmatch die ze dagelijks organiseren.

Je kan hier ook overnachten in dorms (12$pp), semi-private rooms (35$) of cabanas (60$). Hou er wel rekening mee dat je geen eten van buitenaf mag meenemen, dus alle maaltijden zal je daar moeten nuttigen. Het eten is er niet overdreven duur, niet overdreven lekker, gewoon correct.

Dos volcanos, por favor!  

Vanuit León worden er ook veel excursies naar verschillende vulkanen aangeboden. Er zijn verschillende reisbureaus en hostels die excursies aanbieden, maar wij kozen ervoor om met de Quetzaltrekkers mee te gaan. Dit is namelijk een non-profit gerund door vrijwilligers, waarbij erg veel projecten worden gesteund. Zo werd er in januari bijvoorbeeld meer dan 6000€ gedoneerd.

Een van de meest populaire excursies is hier het Volcano boarden op de Cerro Negro vulkaan. 2 keer per dag wagen een 100-tal toeristen zich aan een 45 minuten durende beklimming om dan nadien met een houten plank de vulkaan terug af te razen. We zagen heel wat mensen thuiskomen met schaafwonden, verstuikte enkels etc, wat ons niet meteen overtuigde om dit te doen. Wat ons wél aantrok was de tweedaagse tocht van de El Hoyo vulkaan, waarbij je op de vulkaan overnacht en de dag nadien in een Laguna kan gaan plonsen. Voor slechts 9$ extra konden we dit meteen ook combineren met het volcanoboarden dus hebben we dat maar meteen erbij genomen. “Tis voor een goei doel e”.

Het volcano boarden was echt een meevaller. De beklimming was na onze avontuur op de concepcion een hapje, en bovenaan heb je echt een prachtig zicht. De Cerro Negro heeft zijn naam niet gestolen: zwarte heuvel. Het is een van de weinige vulkanen die we hier hebben gezien waar echt geen spriet vegetatie op groeit, en dus enkel uit zwarte as bestaat. Na het prachtige Panorama te hebben bewonderd, was het tijd om een superflaterend pak en een veiligheidsbril aan te trekken. Afhankelijk van hoe je op je board plaatsneemt ga je sneller of minder snel, al heeft niet iedereen dit meteen onder de knie. Zo kwam Camille als een van de snelste beneden, met een superbrede lach die zelf onder haar bandana zichtbaar was. Ik hield mijn hart vast, maar in tegendeel tot anderen kwam ze zonder schrammetje tot stilstand. Oef.

Op naar El Hoyo dan maar. Na een kleine pauze is het tijd om aan de tweede vulkaan van de dag te beginnen. Het is ondertussen 12:30, lekker warm! Het eerste anderhalf uur is dan ook echt zweten en puffen, vooral omdat we allemaal ongeveer 15 kg in onze rugzak dragen, maar wonder boven wonder merken we beiden dat onze conditie er serieus op is aant verbeteren. We behoren al niet meer tot de staart van de groep! Het kan er ook mee te maken hebben dat we deze keer wel goed gegeten hebben, maar in ieder geval: we hebben er zin in! Na te hebben geluncht, hout te hebben gesprokkeld en genoeg pauzes te hebben genomen bereiken we na 4 uur onze bestemming: de kampplaats op de vulkaan. Meteen wordt ook duidelijk waaraan El Hoyo (het gat) zijn naam te danken heeft. Wetenschappers zijn er nog niet helemaal uit, maar een theorie meent dat de vulkaan op het randje van uitbarsten was tot het opeens als een moeilleux in elkaar zakte en een groot gat vormde.

Na onze tenten op te zetten, klommen we nog een half uurtje voort tot op de top om een prachtige zonsondergang te aanschouwen. El Hoyo bevindt zich middenin een strook van een 7-tal vulkanen, die je vanaf de top dan ook kan bewonderen.

Na een lekkere avondmaal, wat lachen rond het vuur en een goede nachtrust is het tijd (7:00) om in te pakken en aan onze afdaling te beginnen. Gedurende 5 uur worden we getrakteerd op een prachtige wandeling doorheen de natuur, met prachtige uitzichten. Het is dalen, maar niet even stijl als toen met de concepcion. Gewoon gezellig wandelen, heerlijk. Tegen de middag bereiken we de Laguna de Asososca. Zelden zo snel omgekleed en in het water beland. Een lekker lunchke, een dutje, wat ploeteren in het water met zicht op El Hoyo op de achtergrond,… Volledig relaxed zijn we klaar om het laatste uurtje tegenaan te gaan. Wat een fantastische ervaring.

Waar te eten

León heeft naast goedkope, lekkere streetfood een paar leuke restaurantjes in de aanbieding. Hieronder een lijstje van degene die we hebben uitgeprobeerd

➸ Nicaraguita: 2 maal kwamen we hier en 2 maal was er een communicatieprobleem met de keuken. De eerste keer kregen we een clubsandwich met kip en spek nadat we de vegetarische hadden besteld, de tweede keer kregen we (na 3x uitdrukkelijk de veganistisch versie te hebben gevraagd) onze spaghetti met een behoorlijke portie pancetta voorgeschoteld. Desondanks was het best lekker, de service redelijk aangenaam en het interieur best gezellig. Geef het dus toch maar gewoon een kans!

➸ Pan y paz: Een gezellig en redelijk lekker frans bakkerijtje met een leuke binnencour.

➸ El desayunazo: Een drukbezet lokaal zaakje om lekker te gaan ontbijten, zoals de overheerlijke  blueberry pancakes!

➸ Via via: Uitgebaat door 2 Belgen, hebben hier lekkere gerechten, maar ook friet met stoofvlees en friet met speciaal saus!!

➸ El Sesteo: Raar maar waar, een van de enige zaakjes aan de parque central. We kwamen hier geregeld enkel iets drinken, maar het eten zag er ook best goed uit!

Waar te slapen

➸ Surfing Turtle Leon: hier bleven we een 7-tal nachten. Een goed keukentje, een redelijk chille gemeenschappelijke ruimte, (meerdere) propere badkamers en propere kamers.

➸ Bigfoot: als je het feestbeest in u wil aanwakkeren of uitlaten ben je hier aan het juiste adres. Heel de dag door is hier (luide) muziek en voel je je een beetje in het Chersonisos van León.

➸ Blue hat hostel: gelegen aan de gekko Travel Tour office. Hier sliepen we 2 nachten, een mooie grote keuken, veel te warme kamers, en slechts 1 badkamertje voor alle kamers met gedeelde badkamer. Is naast bigfoot hostel gelegen, in de “backpackers alley”.

➸ Via via: aan de overkant van Bigfoot vind je een ruime bar, met een groot terras, hangmatten, een pooltafel, een shottertafel en een tuintje. Hier kwamen we geregeld iets drinken en iets eten, maar ze bieden ook heel wat mogelijkheden om te slapen aan.

 Tortuga Booluda: Van deze hostel hebben we zelf geen kaas gegeten, maar werd ons langs alle kanten absoluut aangeraden!

 

Wat zijn jullie bevindingen? We horen ze graag!

We zien wel zou we zien wel niet zijn zonder al wel eens een gezonde portie zon te zien

Big Corn en Little Corn, 2 eilandjes aan de Caraïbische kust van Nicaragua. Paradijs op aarde volgens vele reisgidsen, blogs, locals en andere toeristen en nu ook volgens ons. (Little Corn alleszins) Reden genoeg dus om ons hier gedurende 2 van onze 9 weken in Nicaragua te settelen. Wij kozen ervoor om slechts 1 nacht op Big Corn te verblijven en die ene nacht is, wat ons betreft, zelfs overbodig als je tijd hebt om dezelfde dag nog een boot naar Little Corn te nemen.

Er zijn twee manieren om op Big Corn te geraken en er zijn twee factoren die je beslissing bepalen; tijd en geld. Zit je er niets mee in om 4-6 dagen op te offeren voor de heen- en terugreis, dan kies je voor de optie bus en boot en betaal je slechts 40 dollar in totaal. Verkies je eerder een reistijd van 45 minuten, dan boek je beter even een vliegtuigticket voor 160-200 dollar heen en terug. Vliegtickets kan je tot 2 dagen op voorhand boeken, maar hoe langer op voorhand, hoe goedkoper natuurlijk. Hoewel wij budgetreizigers zijn, waren we min of meer genoodzaakt om het vliegtuig te nemen omdat de boot slechts 1 keer per week uitvaart, waar we niet van op de hoogte waren en die boot konden we dus niet meer halen. Nu, laat ons eerlijk zijn, daar hebben we niet heel erg om gebaald.

2 weken gevuld met… zon, zee, strand, snorkelen, stand up paddleboarden, lekker eten en drinken, leuke mensen en niet veel meer dan dat, wat wil een mens nog meer?

Waar je volgens ons deze mooie oplijsting kan vinden op Little Corn? Dat doe ik graag even uit de doeken.

Zon, zee, strand

Smeren, smeren en nog eens smeren. De zon brandt hier. Hard. Ik kan het maar meegeven.

Het grootste deel van de tijd kon je ons vinden op het strand voor Désidéri (zie categorie lekker eten en drinken). Hier vind je hangmatten in de zon of in de schaduw, strandstoeltjes, een vlot op enkele meters van het strand verwijderd, een leuk muziekje op de achtergrond, … Wat ons betreft alles wat je nodig hebt om je in het paradijs te wanen (of er eigenlijk gewoon te zijn).

Ook leuk is om eens een wandeling te doen rond het eiland en de strandjes in het Noorden zo te bezoeken. Het grootste deel kan je bereiken via het weggetje dat door het eiland loopt, maar je kan ook een deel langs het water wandelen. Niet altijd evident, maar wel zeker de moeite! Zo kwamen wij terecht op een van de ’secret beaches’ zoals we het zo graag noemen, waar we heel de dag helemaal alleen waren tussen de palmbomen en de vele gekleurde visjes.

Ook het strand van Yemaya Resort is zeker de moeite als je eens lekker decadent wil doen. Tussen 13u en 16u is het er happy hour en kan je met de lekkerste (en op dat moment veroorloofbare) cocktails genieten van een ‘fris’ briesje en een parelwit strand.

Hoe he’e nalu

Een absolute aanrader is het ‘nachtsnorkelen’. Na zonsondergang vaar je uit en wanneer het echt donker is ga je het water in. Toegegeven, we waren een beetje zenuwachtig, maar eens in het water ervaar je een zalig rustgevend gevoel. Het is een heel andere ervaring dan overdag snorkelen, je ziet veel minder vissen, maar wel dieren die je door de dag niet ziet. Zo zagen wij een aantal zeeschildpadden én, jawel, een haai! Je krijgt elks een zaklamp zodat je kan schijnen wanneer je een dier ziet, maar het zou je verbazen hoeveel je ziet door enkel het licht van de maan en de sterren. Wij boekten dit bij het zaakje dat bij Désidéri hoort en betaalden 20 dollar per persoon (de normale prijs is 25 dollar, maar als je een beetje onderhandelt…)

Het dagsnorkelen lieten we omwille van ons budget jammer genoeg aan ons voorbij gaan, maar het zou naar horen zeggen zeker de moeite zijn. Pijlstaartroggen bij de vleet en een heel divers kleurenpalet aan visjes.

Voor surfers is dit waarschijnlijk niet evenzeer het paradijs, maar de rustige zee verleent zich wel om te stand up paddle boarden. Voor wie nog niet bekend is met dit fenomeen, stand up paddle boarden (of ook wel hoe he’e nalu in het Hawaiiaans) is een mengeling tussen surfen en kajakken en verspreidt zich vandaag de dag als een populaire sport over heel de wereld. Een absolute aanrader, zeker bij zonsondergang!

Ook om te leren duiken ben je hier aan het juiste adres! De twee duikscholen op Little Corn zijn Dive Little Corn en Dolphin Dive en een open water padi behaal je hier voor ongeveer 330 dollar.

Niet enkel de liefde van de man gaat door de maag

Little Corn mag dan een klein eilandje zijn, leuke adresjes zijn er meer dan genoeg! Omdat we rekening moeten houden met ons budget hebben we meestal zelf gekookt, maar af en toe konden we toch niet anders dan aan de verleiding toe te geven en dan waren volgende adresjes onze favorieten:

➸ Désidéri: Als je van de pier naar rechts loopt zal je als een van de eersten op dit kleurrijke zaakje botsen. Het wordt uitgebaat door een Canadese vrouw en haar Italiaanse man en er werken zowel locals als enkele Westerlingen. Een gevarieerde menukaart met heerlijke gerechtjes zoals vegetarische hamburgers, verse visgerechten, pasta’ s, slaatjes, … Ook de koffies zijn hier een absolute aanrader! Ik ging voor de Vietnamese iced coffee, Christophe voor een French pressed coffee, beiden echt waanzin! We waren dus al snel verkocht en passeerden hier wel dagelijks voor ontbijt, lunch, avondeten of gewoon voor een aperitiefje tijdens happy hour. ’s Avonds wordt er hier ook regelmatig iets georganiseerd. Zo stond ik na jaren nog eens achter een micro op karaoke-avond en zaten we op de eerste rij tijdens een avond live muziek door een Canadese artiest.

➸ Tranquilo: Een paar meter verwijderd van Désidéri en een redelijk vergelijkbare menukaart. Wij wisselden af tussen de twee en konden concluderen dat we misschien nog net iets meer fan waren van de kaart bij Désidéri, maar dat de bediening bij Tranquilo wel de allerbeste is. Ook hier is er ’s avonds wel altijd iets te doen. Op vrijdagavond organiseren ze een bonfire alvorens het feestje van start gaat in de happy hut en op woensdagavond wordt er traditioneel gedanst op live jembé muziek, zalig om te zien! Zeker als Christophe dan nog eens op de dansvloer wordt gesleurd door een van de lokale schoonheden.

➸ Little Bagel Shop: Een kleine bakkerij waar er dagelijks verse muffins, bagels, broden, … gebakken worden en waar er alsook juweeltjes, organische zeep en kokosolie verkocht wordt. De bagel wordt geserveerd in een bananenblad en is een ideale lunch of snack voor onderweg!

➸ Lighthouse: Het hoogste hotel/restaurant/bar van het eiland, uitgebaat door twee Franse broers. Wij kwamen hier op een maandagavond om opnieuw naar een live optreden te luisteren en wisten voordien niet dat je er ook kon eten. Het is er in elk geval heel gezellig en alles wat uit de keuken kwam rook extreem verleidelijk!

➸ Darinia’s kitchen: Last, but definitely not least! We leerden Darinia na enkele dagen kennen via Duitse vrienden die we in de hostel leerden kennen. Darinia kookt elke avond voor een klein aantal mensen bij haar thuis en maakt het allerlekkerste eten met verse producten die ze laat overkomen uit Managua of die ze plukt in de tuin. Thais, veggie, vegan, vis, vlees, je zegt haar bij je reservatie wat je graag zou willen en zij maakt het voor je klaar, in de lekkerste vorm! Om haar zaakje een duwtje in de rug te geven en omdat zij gewoon echt super sympathiek is, besloten we een kort promofilmpje te maken voor haar en zo groeide er op enkele dagen tijd een mooie vriendschap. Het filmpje kunnen jullie hieronder bekijken en als jullie de kans krijgen om bij haar langs te gaan…doen!

Muchachas & muchachos

Ik ben hier al fameus van mijn sokken geblazen geweest door de leuke mensen die we hier hebben we leren kennen. De passie voor het reizen is vaak al genoeg om een leuk gesprek met iemand aan te knopen en we zijn al verschillende keren na enkele dagen te weten gekomen dat we verrassend veel gemeenschappelijke interesses delen met mensen. Je leert ook echt dat iedereen, op zijn manier, een verhaal met zich meedraagt en die verhalen deel je aan de andere kant van de wereld al wel is gemakkelijker met een ‘vreemde’.

Elke medaille heeft natuurlijk zijn keerzijde en in dit geval is dat dan het afscheid dat je telkens moet nemen. Ik denk dat dat op dit moment soms het moeilijkste is, omdat het deze mensen zijn die een nieuwe plek een beetje als ‘thuis’ doen voelen. Ik denk en hoop oprecht dat we velen van hen nog zullen terugzien. (Dit geldt dan uiteraard niet alleen voor de mensen die we op Little Corn leerden kennen.)

➸ Clémentine & Vincent, nos amis français, on est ravis de vous avoir rencontré et j’en suis sûr qu’on se reverra un jour quelque part dans le monde!

➸ Laurie & Remy, la semaine de surf et plage avec vous a été super! On viendra vous visiter d’office, soit au Pays Basque, soit au Nicaragua!

➸ Alice & Boat, mensen naar ons hart, da wete gulle ook!

➸ Johanna & Nils, I’m not even gonna try to say it in German.. It was so nice to meet you! Too bad we only had a few days together.. Whenever we see a nudibranch, we’ll definitely think of you guys!

➸ Nestor, muchas gracias por la ayuda en El Concepción y para la hospitalidad en los chocoyos!

➸ Darinia, espero verte pronto! Estamos tan contentos que nos encontramos con te! Abrazo fuerte! Un Pad Thai para mi por favor!

➸ Emily, thank you for the good laughs and the nice conversations we had! Your story is inspiring!

From the hammock, to the wall, to my comfy bed I crawl

Wij verbleven een kleine 2 weken bij ‘Three Brothers’ op Little Corn. Dit is zowat de goedkoopste hostel op het eiland en ook een van de enige met een uitgeruste keuken die je mag gebruiken. Het is er erg proper (lees; de poetsvrouw kuist élke dag de hostel van kop tot teen met zeep die je uren later nog kan ruiken, tot op het irritante toe), het is centraal gelegen, de eigenaars zijn vriendelijk, de hostel heeft een eigen winkeltje, enz. Zeker en vast een aanrader voor de budgetreizigers onder ons!

Aan de oostelijke kant van het eiland kan je verschillende hostels vinden die hutjes op het strand verhuren. De goedkoopste zijn ongeveer 20 dollar, maar de prijzen lopen al snel op als je wat luxe en comfort wil.

In a (coco)nut shell

Wil je een paar dagen relaxen op een eiland in de Caraïben, waar er geen verkeer is en waar er 1 keer per week een boot eten en drinken komt leveren, waar de moedertaal Engels met Creoolse invloeden is en de tweede taal reggae, waar je uren in de zee kan dobberen, waar je na een paar dagen al herkent en herkend wordt, waar je kan feesten tot in de vroege uurtjes of juist bij ochtendstond aan een yogasessie kan deelnemen, waar zowel de honeymoon’ers als de low budget travellers elkaar ontmoeten, waar je leeft volgens het draaien van de zon en waar je vooral gewoon kan doen wat je wil… Dan ja, dan is de boodschap duidelijk denk ik.

Hasta luego,

Camille

What’s up my Nica?

Tadaaaa! Land 2! Hello Nicaragua!

Met Marlon door Managua

We worden door een contact van de papa van Camille opgewacht aan de luchthaven! Marlon is een van de meest vriendelijke en gastvrije mensen die ik al heb ontmoet. Managua (de hoofdstad) wordt weinig mensen aangeraden om te bezoeken / te overnachten. Door het ontbreken van een echt “centrum” alsook straatnamen vermijden toeristen het vaak en reizen ze spoedig door naar andere steden. Hij stelt dan ook voor om er ons snel even door te gidsen met de auto. Handig! In een mum van tijd krijgen we dus uitleg (jaja, allemaal in het Spaans!) over de geschiedenis, over de belangrijkste gebouwen, vulkanen, infrastructuur… Marlon helpt ons ook om een lokaal sim-kaartje te kopen, handig om wat in contact te blijven met de familie & vrienden!

Van mond aan mond in Granada

Nadien zetten we onze reis door naar Granada, een dorp/stadje 45km naar het zuiden toe, net aan de Lago de Nicaragua. De Lago de Nicaragua is een GIGANTISCH meer, dat het land zowat in 2 splitst. Als je eromheen wil rijden, ben je goed voor 8000 km! Ergens in het midden van het meer bevindt zich Isla Ometepe, een eiland dat gevormd is door 2 vulkanen (de Concepción en de Maderas). Jep, staat meteen op onze to-do list! Onderweg van Managua naar Nicaragua rijden we de Masaya Vulkaan voorbij. Het is al donker, maar je ziet er heel duidelijk een oranje gloed boven hangen (vet!).

Aangekomen in Granada is het blijkbaar feest van de poëzie, wat maakt dat het enorm druk is. Gevolg: We vinden geen hostel. Na een half uur rond te rijden met Marlon beslissen we dan maar om even een hotel op te zoeken, en ons een nachtje daar te vestigen. De volgende ochtend zoeken we een hostel op en botsen meteen op De Boca En Boca (vertaling: van mond aan mond), een super gezellige hostel in het centrum, vol hangmatten, chille muziek, een keukentje, en ja ze hebben nog een kamer vrij! Hoera! Als kers op de taart verblijven er 6 puppies van net 1 week oud. Ja, verkocht!

Onze eerste 2 dagen vullen we snel door gewoon even lekker niets te doen. We zijn constant op stap en het is soms leuk om eens even een boek erbij te pakken en die hangmat te gebruiken waarvoor die bestemd is. We gaan naar de lokale markt, kopen lekker wat groentjes (ondermeer avocado, wat we erg misten in Cuba) en maken nog eens tijd om lekker gezond te koken. Even geen chicken, beans and rice! Daarnaast maken we kennis met een Frans koppel (Clémentine en Vincent) die 2 en 4 jaar (respectievelijk) in Australië hebben gewoond/gewerkt, nadien door Europa hebben gereisd en nu met een zeer klein budget 5 maand door Centraal-Amerika zijn aan het reizen. Gezien hun budget werken ze een paar uur per dag in de hostels waar ze overnachten. Zeer ervaren travelers met wie we direct een klik hebben.

Peddelen door Las Isletas

Een dagje later zijn we onderweg om Las Isletas te verkennen. Las Isletas zijn 365 kleine eilandjes die gevormd zijn door lawines van de nabije Mombacho vulkaan. Deze vulkaan is nog nooit uitgebarsten maar heeft 3 grote lawines veroorzaakt (5000, 2500 en 1000 jaar geleden). De kleine eilandjes zijn bewoond door wat rijke Nicaraguaanse mensen, maar ook door buitenlanders. Prijzen variëren van $100.000 tot $ 4 miljoen, afhankelijk van de grootte en infrastructuur. Je kan deze eilandjes bezoeken per bootje, paddleboard of kajak. Wij kiezen voor de laatste optie, gezien het iets vriendelijker was voor ons budget dan het paddleboarden, en we de rust en de spierenkweek verkiezen boven het geluid van de motorboot. We worden door Lorenzo (onze 24 jarige gids) doorheen de verschillende isletas geleid en hij neemt de tijd om verschillende vogelsoorten te tonen (er zijn hier 125 verschillende vogelsoorten). Top! En oh wat is het zalige rustig in die kajak, ideaal om alle vogelgeluiden te appreciëren! Er is ook 1 eilandje bewoond door 5 aapjes, die daar ooit voor de toeristen zijn neergezet en die nu geen kant opkunnen. Zonde.

Bakken aan Laguna de Apoyo

Een dagje later nog zijn we onderweg naar Laguna de Apoyo, een meer dat is gevormd in een krater. Je betaald een inkom van 6$ per persoon om van alle infrastructuur van het hotel te mogen genieten (kajaks, paddleboards, strandstoelen,…). Er zijn ook een paar leuke alternatieven om te overnachten, zoals The Monkey Hut. Laguna de Apoyo in het kort: mooi strandje, weinig wind, lekker warm, goed gebakken! Veel meer kan ik niet over zeggen: als je een dagje wil chillen aan een strandje in de buurt van Granada/Masaya is dit ideaal.

Vamos a la playa – San Juan Del Sur

De volgende dag beslissen we om wat verder naar het zuiden te reizen. We nemen alweer met pijn in het hart afscheid van onze vrienden in De Boca En Boca en nemen de typische Chicken Bus naar Rivas om nadien die van San Juan Del Sur te nemen. Een Chicken Bus is de lokale (zeer voordelige) bus die vrij stevig wordt volgepropt en waarbij de rugzakken op het dak belanden. (Voor 2 euro per persoon zijn we van Granada naar San Juan Del Sur gereisd).

Van San Juan Del Sur hebben we meteen een shuttle gepakt naar Playa Maderas, een strandje iets verderop dat minder toeristisch zou zijn en waar we gemakkelijk wat zouden kunnen leren surfen. We hebben online al even een leuke hostel gevonden (Clandestino) en in de shuttle ontmoeten we Remi en Laurie, 2 Fransen die ook onderweg zijn naar de Clandestino (We hebben hier eigelijk al meer Frans gesproken dan eender welke taal). We krijgen een “upgrade”, een zeer ruime paalwoning met privé badkamer, een toogje en een mezzanine waar ons bed zich bevindt! Na een prachtige zonsondergang aan het strand gaan we op tijd slapen om de dag nadien misschien eens een surfles te nemen. Spanneeeend!

Onze eerste nacht is een hel. Er is zoveel wind dat heel onze paalwoning beweegt, het rieten dak waar we onder slapen maakt langs alle kanten lawaai, je droomt over turbulentie en gigantische insecten die je komen opeten. Great! De dag nadien zijn we dus alletwee in zombie-mode aan het wachten op de lokale foodtruck waar we wat groenten en fruit kunnen kopen om ons avondeten en ontbijt klaar te maken. We kunnen toegeven dat deze dag niet de meest productieve is. Rustig aan het strand wat gelezen, wat geploeterd in het water, iets gegeten, en ’s avonds lekker samen gekookt. Buiten wat surfen valt er niet veel te doen in Playa Maderas. Er zijn 3 restaurantjes op het strand (waarvan 1 ook een hostel), die elks luide westerse muziek draaien (tomorrowland style), veel toeristen,…

De volgende dag beslissen we dan ook om al vroeger terug te gaan naar San Juan Del Sur om te gaan zien wat dit geeft. Van SJDS (yeah, afkortingen) weten we dat het toeristisch is, maar hier kan je tenminste nog heel wat andere dingen doen. We komen terecht in een fantastisch chille hostel (Coconut Surf), waar we een kamer voor 4 vinden. Ideaal.

We horen van een Engelse surfster dat een nabijgelegen strandje veel beter zou zijn om te surfen. Minder wind, minder volk, kleinere golven,… Top! We huren via onze hostel een paar borden en voor we het weten liggen we weer in het water te ploeteren op Playa Remanso. Alle begin is moeilijk, en dit geldt zeker ook voor surfen. Een aantal keer rechtopstaand een paar meter “surfen” geeft ons echter genoeg motivatie om 2 uur lang in het water te blijven proberen, met goed wat schaafwonden op onze knieën als gevolg, maar een voldaan gevoel!

De volgende dag nemen we even de tijd om San Juan Del Sur zelf te verkennen. Veel kleine kledingwinkeltjes, toffe bars, leuke restaurantjes… Gezellig! Via Clémentine en Vince hadden we gehoord over SimonSays, een prachtige alternatief restaurantje waar ze fantastische smoothies en overheerlijke salades serveren. Een ander plekje die Camille en ik ontdekken is Gato Negro, een gezellig boek/koffiebarretje om lekker te ontbijten. Ze serveren er allerlei lekkere bagels, salades, lekkere koffie,… Een aanrader!

Voor 35$ per dag kan je ook een scooter huren. Voor mij is dit de beste manier van reizen. Je bent volledig vrij om te vertrekken, te stoppen, eventueel terug te keren waar je maar wil. Hierdoor kan je een tochtje maken naar Playa La Flor, Playa El Coco, Playa Yankee,… Op onze “roadtrip” valt ons op hoe dor het landschap hier is. Het is namelijk droog seizoen, waardoor de meeste bomen hun bladeren verliezen om zo de droogte te overleven. Het heeft wel wat! Indien je Playa La Flor kan bezoeken rond November wordt je (na een inkom van C$200 pp te betalen) beloond door een gigantische hoeveelheid schildpadden die er hun eitjes komen leggen. Dit is 1 van de 7 plekken in Centraal-Amerika waar dit gebeurd. Gezien we begin Maart zijn, is het enkel mogelijk ‘s nachts om een schildpadje uit zijn nestje te zien lopen. Anderzijds is dit een prachtig afgelegen strand waar we 1 iemand zijn tegengekomen op 1,5 uur tijd.

Zweten op Ometepe

Na een bus en een taxirit ontmoeten we Clementine en Vince terug (de vrijwilligers van De Boca En Boca in Granada). Zij hebben 2 weken “verlof” en we hebben beslist om samen naar Ometepe te gaan. Ometepe is het eiland in de Lago de Nicaragua dat gevormd is door 2 vulkanen. Na een brute overtocht van 2,5 uur naar San Jose (in het zuiden), komen we aan in Merida, een zeer klein dorpje waar enkel een onverharde weg naartoe leidt. Er werd ons aangeraden om naar Los Chocoyos hostel te gaan, een kleine, gezellige hostel, vlak aan het water, langs de kant van de zonsondergang! Yes! We worden daarboven nog eens zeer vriendelijk ontvangen door Nestor, de 22 jarige manager.

Op 5 km hiervandaan begint een beklimming van 3km om de Cascada de San Ramon te bereiken. Langste 3km van ons leven. Stijgen, dalen (maar vooral stijgen), de weg zoeken in het midden van de jungle, om dan eindelijke de waterval te bereiken. We waren beter wat vroeger vertrokken, want tijdens de warme middaguren klimmen, om nadien maar even te kunnen blijven omdat we nog een hele terugweg hebben is een beetje stom. Ach ja, we hebben onze sport voor vandaag ook weer gedaan! Op de terugweg komen we El Imperior tegen, een gezellig restaurantje waar ze lekkere veganistisch gerechten hebben en we fantastisch worden ontvangen door het 8-jarig zoontje van de eigenaar. Ja we zijn trouwens sinds enkele weken veganistisch, maar hier schrijven we later nog wat meer over.

De dag nadien hebben we motors gehuurd om het eiland te verkennen. De weg vormt hier een 8 rond beide vulkanen, dus technisch gezien kan je hier rond de 2 vulkanen rijden. Een heel deel is echter onverhard, dus maken we eerder een 4. We stoppen een paar uurtjes langs de Ojo de Agua, een groot “natuurlijk” zwembad. Even lekker chillen. Op Ometepe kan je trouwens ook heerlijk vegetarisch/veganistisch eten. Naast de hierboven vernoemde El Imperior in Meridas, kan je in Natural in Santo Domingo ook fantastische gerechtjes verorberen.

4h15: De wekker gaat af. Vandaag beklimmen we de Concepción vulkaan, de grootste van de 2 op dit eiland. De tocht zou in totaal tussen 8 en 10 uur moeten duren. Vroeg vertrekken dus, anders wordt het veel te warm. De vulkaan is ongeveer 1600 meter hoog, maar de tocht zou 13km heen, 13km terug zijn. Jungle, rotsen, rotsen, rotsen, modder en as. Afzien. We hebben de fout gemaakt om ’s ochtends niet te ontbijten en al snel zitten we door onze reserve. We hebben elks 5 bananen en 2 liter water mee, maar die bananen worden spijtig genoeg al snel fruitpap. Wanneer we bijna aan de top zijn, beslissen we dus ook om die pap aan de natuur te doneren want “we hebben die toch niet meer nodig om te dalen”. Ja, wel dus. Na even kort op te top de prachtige mist en een gedeelte krater te bewonderen, is het tijd om terug naar beneden te gaan, en die afdaling valt niet echt mee. Je glijdt overal uit, moet overal af klimmen, hoe in godsnaam hebben wij dit ooit opgeklommen. Waarom hebben we die bananen toch weggegooid! We staan te trillen op onze benen wanneer plots: Uitzicht! Hoera, gedaan met de wolken. We worden beloond met een prachtig panorama over het eiland. De Maderas (het kleinere zusje van de Concepción) staat prachtig te schitteren in de verte. 4,5 uur hebben we naar boven geklommen, en 5,5 uur naar beneden. Om een indruk te krijgen van onze beklimming klik je hier

 15h30: Nu is het tijd voor een deftig “ontbijt”! Smakelijk!

Een hart vol Cuba en een mond vol bonen.

Als het woord hartverwarmend nog niet bestond, zou ik het waarschijnlijk hier ter plekke uitvinden om Cuba te omschrijven. 

Christophe en ik zijn op reis vertrokken met de ingesteldheid dat we de lokale bevolking en hun cultuur wilden leren kennen. We wilden van dichtbij zien hoe de mensen hier leven, wat hen gelukkig maakt en in welke mate hun cultuur zich al is gaan aanpassen sinds de embargo’s met de Verenigde Staten versoepeld zijn. Het moet lukken dat Cuba nu net hét land bij uitstek is waar ze met een open deur leven en waar ze je letterlijk bij hun thuis ontvangen.

19 nachten logeerden we in verschillende casas particulares en keer op keer waren het de allervriendelijkste mensen die er alles aan deden ons verblijf bij hun zo aangenaam mogelijk te maken en die ons op alle mogelijke gebieden hebben verder geholpen. Na ons verblijf van 6 nachten in Viñales durf ik zelfs te zeggen dat het afscheid op het randje van emotioneel lag. Op 20 dagen tijd zijn we heel wat te weten gekomen over hun cultuur en hebben we onze Spaanse vocabulaire echt al wel redelijk kunnen uitbreiden – het is niet gelogen dat de Cubanen niet te houden zijn eens ze merken dat je hun taal iets of wat verstaat. Laat dat dus een eerste tip zijn als je van plan bent om Cuba (en waarschijnlijk geldt dat in heel Latijns-Amerika) te gaan bezoeken; als je ervoor kan zorgen dat je je min of meer kan redden in het Spaans is dat echt een groot pluspunt dat het reizen op veel verschillende gebieden een pak comfortabeler maakt. Zo ervaren wij het althans.

HAVANA

Tot en met Trinidad vertelde Christophe al kort hoe we onze eerste dagen hier beleefd hebben. Laat ik bij deze gebruik maken van de gelegenheid om hetzelfde te doen voor de resterende 2 weken: 8 februari namen we samen met Celine en Baptiste een toeristisch treintje naar de Valle de los Ingenios, waarbij je een klein dorpje bezoekt, en nadien aan een oude suikerplantage in een lokaal restaurantje kan gaan eten. Op zich niet heel bijzonder, maar het treintje dat je door de prachtige landschappen vervoert is wel leuk.

In de namiddag namen we samen een taxi en zijn we tegen de avond aangekomen in Havana. We sliepen in een casa die opnieuw geregeld was door La China, de gastvrouw van de allereerste casa waar we verbleven in Varadero. Overbodig om te zeggen dat het weer ongelofelijk vriendelijke mensen waren. Desondanks hun gastvrijheid en het feit dat de casa zeer centraal gelegen was, viel het hier toch een heel klein beetje tegen. We sliepen precies letterlijk op de straat en deden bij gevolg geen van beiden een oog dicht. Daarbij kwam dan nog eens dat die nacht het befaamde Cubaanse darmprobleem bij mij de kop op stak en een gedeelde badkamer en kartonnen muren is op zo’n moment niet het meest comfortabele, ahum.. Zo komen we wel meteen bij de 2de tip: als je ooit last hebt van je darmen of maag – een shotje water met een lepeltje azijn en een half lepeltje suiker en je bent er in een wip vanaf! (Danku mama Soraya)

We besloten in elk geval om nu dus maar 2 nachten in Havana te blijven, zo konden we aftoetsen hoeveel dagen we hier op het einde nog zouden nodig hebben en hoe lang we dus in Viñales konden blijven. We gingen al een dagje op verkenning in Havana Vieja en kuierden er rond in de straatjes rond de 4 meest bekende pleinen; Plaza de Armas, Plaza Vieja, Plaza de la Catedral en Plaza de San Francisco… Eerlijk gezegd waren we allebei een beetje teleurgesteld in Havana. We hadden een kleine, gezellige en warme(re) stad verwacht, wat dus niet echt het geval is naar onze mening. Natuurlijk hadden we eigenlijk beter moeten weten, het blijft tenslotte een hoofdstad. Tegen de avond had het wondermiddeltje met azijn wel zijn werk gedaan en kon ik er weer helemaal tegen. We besloten een folieke te doen en zijn gaan eten in ‘La Guarida’ – tip 3 – een resto dat ik was tegengekomen op een blog en dat de moeite bleek te zijn. Niets is minder waar, alleen al het kader is om van omver te vallen! Het restaurant bevindt zich op de 3de verdieping van een vervallen huis waar de enige Cubaanse film werd opgenomen die ooit een Oscar won (Freis y Chocolate). Echt enorm gezellig, romantisch, lekker en dus zeker een aanrader! (Voorgerecht, hoofdgerecht en drank +- 80euro) Nog een verdieping hoger kan je ook iets drinken in de skybar, ook absoluut toe te voegen aan de to-do lijst!

VINALES

Op aanraden van Céline en Baptiste, een Belgisch koppel dat we ook in Trinidad ontmoetten, lieten we onze casa contact opnemen met een casa in Trinidad om zo hopelijk daar te kunnen logeren. Zonder voorschot is het voor deze mensen natuurlijk een risico om andere toeristen te weigeren en een kamer te reserveren. Daarom stuurden ze een vriend van hun naar Havana om ons op te pikken aan de casa en bij hun aan de casa af te zetten, voor dezelfde prijs die je betaalt om een bus te nemen en een taxi naar de bus en naar de casa etc. Goeie deal dus! En effectief, Chuchi, onze levenslustige taxi-chauffeur en dé man in Viñales (lees, zijn claxon maakt het geluid van een sirene en zo rijdt hij heel Viñales door, kusjes gooiend naar alle vrouwen die hetzelfde terug doen) bracht ons veilig en snel tot onze eindbestemming. Chuchi de taxi is dus zeker en vast tip nummer 4.

Meteen over naar tip nummer 5: Als je naar Cuba gaat moet je naar Viñales en als je naar Viñales gaat moet je naar Ottoniel & Rosy. Viñales omdat het een prachtig dorp is in de provincie Pinar del Rio en Ottoniel en Rosy omdat het een propere, goed gelegen casa is met het beste ontbijt en zaaaalige mensen!

Omdat wij het even rustig aan wilden doen, bleven we 6 dagen in Viñales. Die 6 dagen kregen we ook perfect gevuld, al heb je met 2-4 dagen normaal ook wel genoeg. Wij zijn er, net zoals vele anderen, gaan paardrijden in de valleien, waar we een tabak- en koffieplantage bezochten. We zijn na een dagje strand (Cayo Jutia) al fietsend (25km) grotten gaan bezoeken, we hebben uitgebreid Valentijn gevierd – want ja, in Cuba worden de vrouwen op deze dag eens goed in de bloemetjes gezet en ik dus ook! Naast Trinidad en Cienfuegos was Viñales echt wel een hoogtepunt, veel toeristen houden deze streek dan ook terecht als laatste bestemming in hun doorreis, om af te sluiten met een kers op de taart.

LAS TERRAZAS

Alvorens terug te keren naar Havana maakten we nog een tussenstop van 1 nacht in Las Terrazas, een klein dorpje dat op een duurzame manier probeert te ontwikkelen en zo ook het toerisme een boost wil geven. Het is hier vooral bekend voor de vele wandelingen die je hier kan maken en de verschillende vogelsoorten die je dan kan bewonderen. Wij lieten die vogels en bergen in de drukkende hitte die hier hangt even links liggen en besloten te genieten van de natuurlijk zwembaden/watervallen die je hier op 4km van het ‘centrum’ vindt. Ik denk dat we het er over eens zijn dat dit een onverwachte, zeer aangename verrassing was! De San Juan banos komen echt recht uit een boekje en toch hadden we dit pareltje het grootste deel van de tijd praktisch voor ons alleen. Zeker toe te voegen aan de to-do lijst dus, eventueel als daguitstap zonder overnachting.

HAVANA 2.0

(Christophe neemt het schrijven even over.)

Na al dat baden maakten we ons klaar om de 4km terug te wandelen naar de casa, om dan om 14:30 een taxi te nemen naar de bushalte, om dan om 16:00 de bus te pakken naar Havana waar we rond 18:00 zouden aankomen. Maar dit was buiten Chuchi gerekend, die had gehoord dat we vandaag naar Havana wilden vertrekken, en bijgevolg besloot “even” langs Las Terrazas te passeren om te zien of we een lift nodig hadden. Geen gewandel, geen bus, 4 uur gewonnen: Chuchi toch! We kwamen dus veel vroeger aan in Havana, waar het zonnetje deze keer wel scheen en we meteen een veel betere casa vonden (dankzij Rosy & Ottoniel). De eigenares was een beetje een gekke bomma, maar het was er erg rustig en het was centraal gelegen en proper. Een veel beter gevoel als vorige keer overviel ons meteen en we hadden echt zin in die 3 laatste dagen Havana!

We kregen in Las Terrazas de tip van een Chileense vrouw om in Havana de malecon af te wandelen, een “boulevard” van ongeveer 8km langs het water, waar de gevels van de oude gebouwen afgeleefd zijn door het zout van het water. Zeer cool beeld, en het prachtige licht van de ondergaande zon maakte het alleen maar mooier. Vissers, peanutverkopers, verliefde (lees: muilende) koppeltjes, en natuurlijk de klassieke Amerikaanse dikke bakken… Heerlijk! ‘S avonds verplaatsten we ons naar Ambos Mundos, beter gekend als Hotel Hemingway om een lekkere cocktail te drinken op hun skybar. Bij het buitenkomen werden we door 2 iets oudere mannen aangesproken die promotie maakten voor een uniek concert met allemaal oudere leden van Buena Vista Social Club. Er zouden mensen salsa dansen en wij, de lucky bastards die we zijn, mochten nog plaatsnemen aan de laatste beschikbare tafel. En dit voor slechts 30 euro per persoon! Na veel gebabbel lieten we ons dan maar overtuigen om een ticket te gaan kopen in de ticket office (geloof me: het leek niet zo obvious toen). We hadden nog net een dik uur de tijd om te gaan eten in het restaurantje Chefs Ivan Justo waar we hadden gereserveerd. Lekker gegeten maar niet goedkoop. Nadien kwamen we dan aan bij het concert waar we inderdaad een tafeltje toegewezen kregen, naast 400 klappende toeristen op relatief mooie Cubaanse muziek. Niets authentiek, niets gesalsadans, crap. We nuttigden onze 3 inclusieve drankjes met een spelletje Uno, en vertrokken naar onze casa. Deze zal je dus onderaan niet snel bij onze tips terugvinden.

De dag nadien besloten we om wat meer het westen van de stad te verkennen. We sliepen namelijk in Barrio Chino (chinatown), 2 carteras (blokken) van het capitool, wat enorm centraal gelegen is. We brachten een bezoekje aan de prachtige universiteit van Havana. Woaw! Hier had ik ook wel willen studeren! Nadien stapten we verder naar de Plaza De La Revolucion, een gigantisch plein waar de beroemde silhouetten van Che en Fidel tegen de façades van 2 ministeries hangen en waar zich alsook het José Marti memorial monument bevindt, een toren van 109m hoog met een standbeeld van 18m hoog ervoor. Redelijk indrukwekkend! Nadien namen we een taxi terug naar Havana Vieja waarna we per toeval op een dakterrasje terecht zijn gekomen om te lunchen. De neef van Camille, Sam, zat die week toevallig ook in Havana. Sam werkt voor School At Sea: een concept waarbij een 30-tal jongeren tussen 15-16 jaar gedurende 6 maanden van Amsterdam naar midden Amerika zeilen op een prachtige oude 3 master. Op de boot krijgen de studenten alle lessen die ze normaal in Nederland ook krijgen, maar daarnaast leren ze ook een woordje Spaans en natuurlijk ook het reilen en zeilen (ooowwww) van het leven op de boot. Gezien de studenten een weekje op eigen reis waren werden we uitgenodigd om ‘s avonds mee op de boot de komen eten. Kapitein Martin maakte hamburgers met frietjes. Yum!

De voorlaatste dag hebben we rustig aan gedaan. Even naar een hotel om wat te internetten en nadien super gezellig gaan lunchen en blijven hangen in een prachtig zaakje, recht achter het capitool: Sia Kara cafe. Na enkele uurtjes UNO spelen, hebben we de bus naar de overkant van Havana genomen, waar we het Castillo De Los Tres Reyes Del Morro alsook de Fortaleza de San Carlos wilden bezoeken. We werden echter verrast door de lokale Sinksenfoor van Havana, waardoor het niet mogelijk was om de fortaleza te bezoeken en de Castillo volledig was ingepalmd door marktkraampjes. Ach, het was eens iets anders! Op het dak van de Castillo namen we even de tijd om te genieten van het prachtige uitzicht op Havana aan de overkant, om dan rustig terug te keren. Eens terug aan de overkant kwamen we terecht in La Farmacia, een gezellig cocktailbarretje waar ik Camille onder tafel speelde met UNO. Muahahaha! Om Camille haar verliezershumeur en de sfeer terug wat gezellig te maken besloten we om iets lekkers te gaan eten en alweer zeer toevallig botsten we op een gezellig Italiaans restaurantje (5 esquinas) waar we een heerlijke pasta verorberden.

Conclusie

In een paar woorden: Cuba is enorm aan’t evolueren. Vanaf 1997 werden de Cubanen aangemoedigd om zelfstandige te worden, in plaats van in dienstverband te werken. Zo schoten er kleine kapperszaakjes, garagisten, groenteboeren,… als paddestoelen uit de grond, soms in de voorkamer van hun huis, wat grappige taferelen als gevolg heeft. We vroegen ons ook af hoe het kwam dat soms hele families bij elkaar woonden. Dit komt omdat het pas sinds 2011 is dat mensen huizen mogen (ver)kopen, en dus vaak heelder families nog gewoon bij elkaar wonen. Het is een land met een prachtige solidariteit tussen de mensen, een warm onthaal naar toeristen toe, overal prachtige scènes om foto’s van te trekken (zowel mensen, als architectuur, als natuur)… Met andere woorden: het is een absolute aanrader.

Het is ook mooi te zien dat hier nog niet dezelfde consumptie maatschappij heerst als bij ons. Als er iets kapot is, kopen ze niet meteen iets nieuw maar gaan ze naar de lokale klusjesman/alleshersteller/elektronicazaak die hun toestel even bekijkt en herstelt (handig gebruik van gemaakt toen onze stopcontactconverter stuk was). Daarnaast vinden wij het vaak ook vanzelfsprekend dat in een supermarkt bijna ALLES, ALTIJD voorradig is. Wat op zich absurd is, als je er bij nadenkt. In Cuba is dit niet het geval. Mensen doen de deur open, vragen of er kip is vandaag, en als dat niet het geval is, komen ze de volgende dag terug.

Hou er wel wat rekening mee dat het niet goedkoop is… Een nachtje in een casa kost je gemiddeld tussen 25 en 35 CUC (1 CUC = ± 1 EURO). Eten in de casa kost tussen de 8 en 15 CUC naargelang het gerecht. Een taxi kost je rap tussen 3 – 15 CUC in de stad en evolueert rap naar 25 – 40 als je een iets langere afstand wil reizen.

Wij kozen ervoor om dit als eerste land te doen van onze reis, omdat iedereen ons zei dat het zo snel is aan’t evolueren. Ook al kunnen we niet vergelijken met 5 jaar terug, lijkt het ons inderdaad correct. De klassieke oude wagens worden sneller door Chinese Geely’s vervangen, hotels worden vernieuwd, restaurantjes krijgen duidelijk invloed van het buitenland,… Het hangt er vanaf wat je belangrijk vindt, maar wij wilden Cuba zo authentiek mogelijk zien, en dat betekent: ASAP!

Tot ziens prachtig land, tot ziens dikke auto’s, tot ziens warme mensen, tot ziens gekke bomma. Het gaat je goed. Maar nu: Nicaragua.

Hieronder nog een lijstje met wat tips:

Varadero

Slapen:

  • La China: wij hadden op voorhand onze kamer gereserveerd in deze casa en werden er super vriendelijk ontvangen. Daarna heeft ze ook zo goed als alle andere casas voor ons geregeld. (casalachina@gmail.com, Calle 26 no 213, esquina 2da y 3era avenida) Als je hier zou logeren, vraag dan aub achter mijn T-shirt die ik daar vergeten ben 😔

Eten en drinken:

  • De beste optie lijkt ons in de Casa eten… De porties zijn groter en het is goedkoper…

To do:

  • Bakken op strand!

Cienfuegos

Slapen:

  • Mabel y Lazaro: heel verzorgde kamer in een super mooi, authentiek huis. Lekker eten, veel eten en vriendelijke mensen. (Lazarovs@nauta.cu, Ave 52 no 4311, esquina 43 y 45)

Eten en drinken:

  • Eten kan je best in de casa doen. Het is goedkoper, vaak lekkerder dan op restaurant en je hebt ook gewoon niet heel veel andere opties in Cienfuegos.
  • Waar je zeker moet passeren is een barretje aan het water, waar je super lekker brochettes kan eten! Ze spelen er ook live muziek, ze hebben lekkere biertjes en er wordt gedanst. De naam weten we niet, maar je moet van Plaza de Armas 5 blokken zuidelijk lopen, richting het water. Het bevindt zich in de Santa Isabel straat.
  • Boven op het dakterras van Palacio de Valle moet je zeker met zonsondergang iets drinken.

To do:

  • De malecon afwandelen (of een bicitaxi nemen) naar de Punte en daar dan iets drinken op het dakterras van Palacio de Valle.
  • Verdwalen in de prachtige straatjes met huizen in enorm veel verschillende kleuren

Trinidad

Slapen:

  • El Teide: heel mooie, verzorgde, grote kamers (contacto@hostalteidetrinidad.com)

Eten en drinken:

  • Giroud: vooral heel gezellig
  • 1514: romantisch, iets duurder en iets chiquer, heel gezellig
  • ‘s avonds iets gaan drinken op de trappen aan de Plaza Mayor

To do:

  • Verdwalen in de straatjes net buiten het centrum, daar zie je echt hoe de locals leven
  • Playa Ancón: zalig dagje relaxen op het strand! Wij deden dit met de fiets, zeker een aanrader (12km enkel)
  • Trein naar Valle de los ingenios: it’s not the destination that counts, but the journey 😉

Viñales

Slapen:

  • Moest het nog niet duidelijk zijn: Ottoniel & Rosy zijn toppers! (0053 48796428, rogerl@nauta.cu of osviel@forestales.co.cu)
  • Viñales biedt belachelijk veel casas aan… Je vindt heus wel wat!

Eten en drinken:

  • El Olivo: Lekker italiaantje!
  • De naam vinden we niet direct, maar er staat in het groot op de gevel ‘eco & vegetariër’: speciale vegetarische gerechtjes en de allerlekkerste sapjes
  • Paladar La Cuenca: redelijk modern en lekker

To do:

  • Paardrijden: zalige tocht door de vallei in combinatie met een bezoek aan een tabaksplantage en koffieplantage
  • Fietsen huren: wij bezochten zo de Mural en La cueva del indio
  • Cayo Jutia: ideaal om een dagje te relaxen op het strand (Not to do: Cayo Levisa, tenzij je bereid bent 35 euro per persoon te betalen om op een wel heel winderig strand te liggen en te genieten van een niet zo’n fantastisch buffet)

Las Terrasas

Slapen:

  • Wij verbleven in een van de weinige (1 of 2) casas van Las Terrazas.

Eten en drinken:

Het is een relatief klein dorpje dus veel opties zijn hier niet om te eten..

  • El Romero: Vegetarisch – zelfde kaart als in Viñales
  • Las Mercedes: Oprecht lekker stoofpotje gegeten!

To do:

  • Baños del San Juan
  • Als je graag wandelt is dit een prachtige plek! (gekend voor birdspotting)

Havana

Slapen:

In Havana heb je hotels en casas met hopen. Wij logeerden op het einde bij Señora Teodora, een grappige oudere vrouw die zeker haar mannetje kan staan en het huis goed bewaakt. Geen overbodige luxe, maar 3 verzorgde en rustige kamers (niet zo evident om dit te vinden in Havana) met gedeelde badkamer en goed gelegen in het centrum van Havana Vieja.

Eten en drinken:

  • 5 esquinas trattoria: Italiaans restaurantje op de hoek van een mega gezellig straatje, dichtbij museo de la revolucion dus centraal gelegen in Havana Vieja. (Habana 104 esq, www.5esquinastratoria.com)
  • La farmacia: leuke bar/restaurant in gezellig straatje (vlakbij 5 esquinas)
  • Siá kará café: super gezellig modern barretje, lekkere koffie, lekker eten, vriendelijke bediening, … Vlakbij capitool, dus ook heel centraal. Wij zijn hier gaan lunchen en zijn er zo wat heel de namiddag blijven plakken. (Calle Industria no. 502, esquina calle Barcelona.)
  • La guarida: Absolute aanrader als je even buiten budget kan gaan! Wel zeker reserveren. Super mooi kader, romantisch en heel lekker eten. Iets duurder wel (+- 80euro voor voorgerecht, hoofdgerecht en drank) (Concordia no. 418 esquina Gervasio y Escobar, Centro Habana)
  • Ivan justo: Overdag even langsgaan om te reserveren, anders heb je waarschijnlijk geen plek meer. Gezellig gelegen op de eerste verdieping, lekker eten en centraal gelegen. (Aguacate 9, esquina a chacon)
  • Reliquia: tof westers barretje (San Ignacio no 260, esquina Amargura)
  • Paladar, Somos Cuba: gezellig en goedkoop dineren in een onofficieel restaurant bij mensen thuis. (San Ignacio no 202)
  • Rooftops: Hemingway hotel – apero, boven La Guarida – apero of later op de avond , Hotel Raquel – lunch of iets drinken door de dag

To do:

  • Wandelen tussen de bekendste pleinen
  • De malecon afwandelen
  • De universiteit bezoeken
  • Verdwalen in de straatjes, niet enkel in Havana vieja, maar ook in de andere buurten
  • Wij zijn absoluut geen fans van musea, maar het museum van schonen kunsten was wel de moeite (de anderen hebben we niet gedaan maar zouden ook wel de moeite zijn)
  • Het fort aan de overkant bezoeken (en 1 peso betalen op de bus voor 2 personen! = 0,04 eurocent)

Een eerste indruk van Cuba? Allez dan!

We zijn hier een week geleden aangekomen. Een volledig verslag volgt nog, eens we dit prachtig land achter ons laten, maar hierbij al een eerste indruk!

Stel je even voor: je landt op een eiland, een warme gloed pakt je vanaf de moment dat je uit het vliegtuig stapt. Een bepaalde onbeschrijflijke geur. Adem in… Adem uit. Heerlijk! We zijn er! Het is begonnen!

Een grote Cubaanse taxi-chauffeur van 2 meter wacht ons op aan de luchthaven en vervoert ons naar onze eerste casa particulares (de chambre d’hôtes van Cuba) in Varadero. Al snel blijkt dat deze man zowat de meest aanstekelijke lach heeft en uitspraken doet als: “You married or happy?” Geestige start.

“Amai zie daar!” “Kijk!” “Veeeet!” – Overal dikke Amerikaanse oldtimers, in alle kleuren. We blijven er van opkijken. Niet de meest betrouwbare noch ecologische auto’s, maar wat een iconen! Het doet echt iets aan de algemene sfeer die je hier waarneemt…

Varadero is zon – zee – strand, en niet heel veel meer dan dat. Versta me niet verkeerd: het is een prachtig strand! Heerlijk helder warm water, wit zand, palmbomen,… Pas de violence, c’est les vacances! Al snel bleek dat een factor 30 opsmeren toch net niet voldoet hier. Uhum. Achja, kreeft is hier een specialiteit, dus ik bekijk het als een manier “to blend in”.

De dag nadien zitten we al op de bus richting Cienfuegos, op aanraden van die 2m grote Cubaan. De lieve eigenares van de casa in Varadero heeft ons adresjes gegeven waar we kunnen logeren in de andere steden, wat heel gemakkelijk is. Geen lange zoektocht met onze grote rugzak bij aankomst, een bici-taxi die ons opwacht, en steeds zeer vriendelijke mensen!

The big man was right: Cienfuegos is een prachtige stad met grote koloniale huizen, in alle kleuren. Wow. Wat is me dat hier. Overal waar we stappen voelen we ons op een filmset… Jep: ideaal voor foto’s! Op heel veel plekken zorgen live bandjes voor een fantastische sfeer tijdens het eten, een drankje,.. Wat een cultuur. Iedereen leeft hier ook buiten: bijna alle voordeuren staan wagenwijd open, en gezien de “ramen” geen glas bevatten kan je gemakkelijk een kijkje in het leven van de Cubanen nemen. ¡Hola! Dit geldt trouwens niet enkel voor Cienfuegos, maar ook voor Trinidad, waar we nu zitten.

De mensen zijn hier allemaal heel warm. Niet dat ze veel zweten ofzo, maar gewoon heel vriendelijk. Overal zie je mensen elkaar vriendelijk begroeten, mensen zitten samen op bankjes te praten en te lachen, anderen “hangen” dan weer aan de metalen grillen voor de huizen met elkaar te praten,… Het kan te maken hebben met het feit dat er maar op 2 plekken in heel de stad WiFi is, of puur omdat de mensen de tijd nemen om met elkaar om te gaan, but I like it! Het is natuurlijk ook lekker warm en meestal droog, dus de mensen komen al gemakkelijker samen op straat.

Over WiFi gesproken. Er zijn in heel Cuba een 30-tal WiFi hotspots en die bevinden zich meestal in het park, of in sommige hotels. Je kan kaartjes kopen voor een uur toegang te krijgen die 2 a 3 CUC kosten (1 CUC is ongeveer 1 euro). Een random Cubaan komt naar je toe om een kaartje verkopen, maar indien je die Cubaan niet vindt, moet je naar de telecomshop. Hier moet je buiten aanschuiven tot de security je binnen laat, dan wacht je nog een kwartiertje, om dan je paspoort voor te schotelen, zodat de o zo vriendelijke vrouw achter het loket al de WiFi kaartjes aan jouw naam kan linken. Dat doet ze overigens heel graag en snel! Complex zei u? Un poquito, si.

Het is wel een heerlijk gevoel om eens even goed te disconnecten. We zijn thuis zo vaak met dat ding bezig dat het wel eens deugd doet om te detoxen. De enige reden dat ik mijn gsm hier meepak is om foto’s te trekken wanneer ik m’n fototoestel niet meeneem, en om het uur te lezen (al weet ik amper welke dag het is).

Na Cienfuegos is Trinidad aan de beurt. Een oud, heuvelachtig, authentiek dorpje, waar je om de 100m denkt: “Dat is een foto waard!” De eerste dag (ver)dwalen we dan ook vol verwondering door de straatjes met heerlijke kiekjes als gevolg.

Op de bus hiernaartoe leren we een Brussels koppel kennen, Matthieu en Daphne waar we savonds met afspreken om iets te gaan drinken op de Plaza Mayor. Zij nemen nog eens een Italiaan (Aaron) en een Argentijnse (Luciana) mee, wat ervoor zorgt dat we meteen een zeer gezellige bende vormen en een fantastische avond beleven. We spraken af om de volgende ochtend de fiets te nemen naar het strand, playa Ancón. Die ochtend ontmoeten we nog een West-Vlaams koppel, Celine en Baptiste, die in dezelfde casa overnachten als wij, en zij vergezellen ons ook richting strand. 12 km heerlijk fietsen door een prachtig landschap om dan heel de dag op strand te chillen! I’ve had worse days..

Na een dagje bakken en met een gigantisch zere kont van dat fantastische zadel spreken we ‘s avonds af om naar La Cueva te gaan: een discotheek in een grot. Lang aanschuiven, luide/schelle muziek, maar super cool om eens te zien! Op weg naar huis vergezellen we om half 2 snachts nog een lokaal straatfeest: geen idee wat ze te vieren hadden maar kinderen, ouders, grootouders gingen er volledig uit hun dak!

Een topic die ik nog niet aankaartte is het eten. Net iets anders dan we in het schone België gewoon zijn. De basis is rijst en bonen(soep), vergezeld door kip, varken of kreeft. Over het algemeen wel lekker, een beetje droger dan we gewend zijn maar het smaakt ons. We eten vaak in de casas gezien het je weer wat dichter bij de cultuur brengt. Er is hier slechts 1 goed bedoeld probleempje mee: hoeveelheden.
Je wil niet onbeleefd zijn door eten te laten staan, en het is zonde van het eten, maar hier kan een hele familie van eten.

DSC_2098

Zo. Vanavond aangekomen in Havana, de hoofdstad. Het is hier donker, dus kunnen er nog niet veel over zeggen, maar al gemengde dingen over gehoord wat ons alleen nog meer nieuwsgierig maakt! Binnenkort meer!

Laat ons gerust hieronder weten wat je er van vond! Als jullie nog tips hebben voor Havana, en het westen van Havana, hou je vooral niet in! 😉